Protestantse Gemeente te Weesp en Driemond

Kerkblad Onderweg

Logo Wij staan vermeld

Aanmelden Nieuwsbrief

door ds. Marnix van der Sijs
 
Over de vrijheid van het geweten en het kiezen voor rechtvaardigheid:
Het Wilhelmus
Rond Koningsdag en 4 en 5 mei moet je als voorganger altijd oppassen. Is het de gewoonte het Wilhelmus te zingen in de dienst? En op welk moment? Voor de zegen? Na de zegen?
Ik ben in mijn studietijd eens door de organist overvallen die het lied inzette terwijl ik halverwege de trap van de preekstoel was.
 
Niet zelden waren deze vragen inzet van heftig debat. Want hoort het volkslied wel in het Liedboek van de kerk thuis? En kan dat een plek in de eredienst krijgen? Heel vaak is het compromis: couplet 1 en 6 na de zegen.
Als kind heb ik het hele Wilhelmus uit mijn hoofd geleerd. Waarschijnlijk was dat om mijn vader te behagen, maar in mijn pubertijd hield ik demonstratief mijn mond als het Wilhelmus werd aangeheven, want dat was iets van mijn vader en dus niet voor mij.
 
Het ligt politiek gevoelig, zo bleek wel toen voormalig CDA-leider Buma voorstelde het Wilhelmus weer door de schoolkinderen te laten zingen.
De meeste weerstand zit bij wat vroeger links heette. Zo beschreef Simon Carmiggelt (1913) hoe hij nooit opstond voor het Wilhelmus, "want we waren thuis rood, Pas toen de Duitsers aan de grenzen stonden werd het Wilhelmus mijn lied," en "toen de Canadezen op de Dam stonden en de mensen het weer voor het eerst gingen zingen, zat mijn keel zo vol brokken dat ik alleen maar een beetje mee kon piepen." (geciteerd uit Herman Vuijsje, De Groene Amsterdammer, 31/8/2017)
 
Het Wilhelmus is het lied van een politiek leider in ballingschap, geschreven door een vluchteling voor een volk in de verstrooiing. In het veertiende couplet heten ze 'arme schapen, in grote nood.'
Willem van Nassau vluchtte voor Alva uit Antwerpen naar de Dillenburg in Duitsland.
Hij was niet de enige. In het midden van de zestiende eeuw (de tijd waarin het Wilhelmus geschreven werd) waren er op een bevolking van zo'n drie miljoen mensen tussen de 50.000 en 500.000 mensen gevlucht.
Het vluchtelingenschap van Willem van Oranje zit in het midden van het gedicht, in het achtste couplet: "Als David moeste vluchten voor Saul den tiran, zo heb ik moeten zuchten met menig edelman."
Maar het achtste couplet kijkt ook uit naar het einde van de ballingschap: "Maar God heeft hem verheven, verlost uit alle nood, een koninkrijk gegeven in Israël zeer groot."
 
Het laatste woord van het Wilhelmus is 'gerechtigheid' De dichter Ad den Besten die op een analyse van de structuur en de strekking van het Wilhelmus promoveerde schrijft over dat laatste woord: "Er is een hoger recht dan het door de koning gelegitimeerde. Dat daarvoor de oudtestamentische notie 'gerechtigheid' wordt gebezigd heeft met name in de Tweede Wereldoorlog velen het Wilhelmus dierbaar gemaakt, die van Oranjeverering niets moesten hebben."
 
Het Wilhelmus is een vluchtelingenlied en het is uiterst actueel door het ideaal van verdraagzaamheid waarvoor de hoofdrolspeler in het lied gestreden heeft.
Koningin Wilhelmina voerde het Wilhelmus in 1932 in als volkslied. Zij zag de duiding van dat lied al veel eerder. In de troonrede van 1914 zei zij: "Diep begaan met het lot van alle volken, die in den krijg zijn medegesleept, draagt Nederland de buitengewone lasten die worden opgelegd gewillig en ontvangt met open armen alle ongelukkigen die binnen zijn grenzen eene toevlucht zoeken." (geciteerd in J.A. Hoeksma, Trouw, 27 april 1985)
 
Ik zing het Wilhelmus voluit mee, ook tijdens de eredienst.
Maar het Wilhelmus deelt het lot van alle liederen: niet iedereen kan alles meezingen.
Waarom kan ik het wel? Het is een 'psalm-achtig' lied, staat niet bol van chauvinisme of krijgszucht ('Aux armes, citoyens' zingt daarentegen de Marseillaise) en vereert geen koningshuis ('God saves our gracious queen,' zingen daarentegen de Engelsen).
In het Wilhelmus is een vorst aan het woord die verantwoording aflegt aan God en aan het volk. Een gevluchte vorst die weet heeft van ballingschap. Dat is een sterk vertrekpunt voor iedereen die de rechtsstaat een warm hart toedraagt.
 
reageren?
marnixsijs@hotmail.com, of tel 035 6312114

Dagtekst Taizé

25 mei 2020

  • ma. 25 mei
    Johannes schreef: Bedenk hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. (1 Joh 3:1-3)