Protestantse Gemeente te Weesp en Driemond

Kerkblad Onderweg

Logo Wij staan vermeld

Aanmelden Nieuwsbrief

door ds. Marnix van der Sijs (30 april 2020)
 
Quarantaine-literatuur; het is een nieuw woord.
 
'De pest,' van Albert Camus las ik in mijn studententijd. Ik herinnerde mij bij herlezing nu bitter weinig. het is inderdaad quarantaine-literatuur, kwam binnen en zal blijven hangen.
 
Een kuststad is in de greep van een dodelijke ziekte. De slachtoffers sterven een snelle en vreselijke dood. De levenden hebben angst. Fictie over de broosheid van het bestaan, maar af en toe zijn er de parallellen met nu.
Dokter Rieux is de verteller van het geheel. Hij doet zijn best, maar hij weet dat hij het van de pest niet kan winnen. Maar toch vindt hij de zin van zijn bestaan in zijn werk, in zijn strijd tegen de pest. De dood zal winnen, maar ook als verliezer zal hij zijn waardigheid niet verliezen. Hij is niet religieus of politiek gedreven: "Ik geloof niet in heldendom, wat ik zou willen dat we leven en sterven aan waar we van houden."
Het gaat hem dan om liefde en vriendschap.
Camus (1913 - 1969) was een humanist en dat was in zijn tijd van revolutionaire denkers (Sartre bijvoorbeeld) een bijzonderheid; "Vrijheid zonder grenzen is tirannie. Je moet leren leven met het idee dat het leven niet af en tragisch is."
Camus heeft regelmatig geschreven over Jezus. Bij de uitreiking van de Nobelprijs (1957) vraagt een journalist of hij plannen heeft zich te bekeren is zijn antwoord: "Nee, maar waarom zou ik ontkennen dat Christus en zijn leer mij ontroeren?"
 
Dokter Rieux beschrijft hoe mensen het gevaar aanvankelijk bagatelliseren. In het begin zijn het alleen de ratten die doodgaan. De mensen doen alsof het wel los zal lopen en ze maken er grappen over. De bestuurders willen vooral paniek wil vermijden. Maar hun maatregelen worden niet worden opgevolgd. En heel langzaam kruipt de pest het leven in.
De pest maakt van alles los in de bedreigde stad. De bewoners worden geconfronteerd met een ziekte die zonder aanzien des persoons vele slachtoffers maakt.

Een ambtenaar die een roman wil schrijven, maar geen openingszin kan bedenken, voelt zich opgelucht; het hoeft niet meer.
Een journalist die toevallig in de stad is, gaat niet terug naar zijn geliefde, maar kiest er uiteindelijk toch voor om te blijven.
Een zwarthandelaar doet goede zaken.
En pater Panneloux verkondigt in zijn preken rechtlijnige standpunten over schuld en straf: "Geliefde broeders, jullie verkeren in grote nood, geliefde broeders, jullie hebben het verdiend." Maar het leven blijkt sterker dan de leer. Want nadat de pater samen met de dokter bij het doodsbed van een kind heeft gestaan, verandert hij van toon.

Hij spreekt hij niet meer over 'jullie' maar over 'wij.' De pater voelt zich aangesproken, hij is niet meer alleen een 'ik' die los van de ander kan bestaan. Er is een empathie ontstaan die door het lijden van het kind is opgeroepen.
En hij gaat het gesprek met de dokter aan. Maar die blijft professioneel: "Wat mij interesseert is de gezondheid van de mens, op de eerste plaats zijn gezondheid."
Het mensbeeld van Camus is aan het eind van het boek positief: "wat je van plagen kunt leren, (is) namelijk dat er in de mens meer te bewonderen dan te verachten valt."
Camus schreef het boek kort na de Tweede Wereldoorlog. Ongetwijfeld staan de ratten voor hem voor de nazi-bruinhemden. Maar in de coronacrisis heb je als lezer toch je eigen associaties.

Wat voor mij de krachtige boodschap van 'De pest' is, is dat het lot ons kan treffen, maar dat er vaak een keuzevrijheid is hoe we daar mee omgaan.
Iedereen heeft eigen mogelijkheden en redenen van handelen in de crisis.

De slotzin van het boek is pessimistisch:
"Rieux wist wat die blije menigte niet wist en wat in de boeken te lezen staat: de pestbacil sterft nooit uit (...) en misschien komt er een dag waarop, tot schade en lering van de mensheid de pest zijn ratten wekt om ze te laten sterven in een gelukkige stad."

Dat is een zorgwekkend slot van een roman uit 1947 die je leest in een tijd van krakende democratieën en populistische leiders.
Camus schrijft in 1939, "een vrije geest wanhoopt niet, hij vecht voor datgene waarin hij gelooft alsof zijn optreden werkelijk de gang van de gebeurtenissen zou beïnvloeden. We moeten een nieuwe methode uitproberen die gerechtigheid en edelmoedigheid met elkaar verbindt, bescheiden en ambitieus meewerken aan de vorming van heldere geesten en vrije harten. En of de geschiedenis nu rekening houdt met onze inspanning of niet, de daden zijn in ieder geval gesteld." (vertaling van Mario Coolen, Volzin, november 3013)
 

Dagtekst Taizé

25 mei 2020

  • ma. 25 mei
    Johannes schreef: Bedenk hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. (1 Joh 3:1-3)