Protestantse Gemeente te Weesp en Driemond

Logo Wij staan vermeld

Aanmelden Nieuwsbrief

25 augustus 2019

Gemeente van Jezus,
Vandaag de laatste preek in de serie over Rembrandt. Het verhaal van de storm op het meer staat centraal. Daar heeft Rembrandt in zijn jonge jaren, toen hij net van Leiden naar Amsterdam verhuisd was, dit schilderij over gemaakt. Het hing in het Gardner museum in Boston, tot het in 1990 gestolen werd. Tot op de dag van vandaag is het niet gevonden. Gelukkig zijn er genoeg afbeeldingen van. Ik laat u er even naar kijken.
 
 
Wat zien we allemaal? We zien een boot die in moeilijkheden is. Een grote storm teistert het schip. Door de grote tegenstelling tussen licht en donker voelen we de dreiging. Wit belichte, grote golven tillen het schip hoog op. De achtergrond laat donkere wolken zien. Het zeil is gescheurd en de tuigage vliegt in het rond. We zien een aantal mensen die allemaal op hun eigen manier proberen te redden wat er te redden valt.
Laten we daar even op inzoomen. Rond de gevaarlijk heen en weer zwiepende mast, in het lichtste deel van het schilderij zien we 5 mensen die bezig zijn het schip te redden. Eén houdt het zeil vast. Een ander probeert het kapotte zeil om de mast vast te krijgen. Nog weer een ander grijpt een van de touwen vast. Ze doen allemaal hun best, maar je ziet er aan af dat het niet heel goed lukt.
Dan het andere deel van het schilderij. Daar is het wat donkerder allemaal. De figuren daar zijn wat moeilijker te onderscheiden voor u misschien wel helemaal niet zo goed te zien. Er zit iemand bij de helmstok, die met zijn volle gewicht de boot op koers probeert te houden. Er kijkt iemand angstig naar de 5 mensen bij de mast en een ander hangt kotsend over de railing. We zien ook iemand die ons recht aankijkt. Het gezicht kennen we van de zelfportretten van Rembrandt. Als we goed tellen is er één persoon te veel in de boot aanwezig. Rembrandt heeft zichzelf in het schilderij verwerkt alsof hij erbij was. Tegelijk is hij ook anders dan de rest, want hij is de enige die ons recht aankijkt. Alsof we via hem de stemming op de boot kunnen proeven.
Te midden van alle paniek zien we een figuur subtiel oplichten. Dat is Jezus. Er zijn een paar leerlingen om hem heen die hem smekend aankijken of hij wil helpen. Jezus lijkt de rust zelve te zijn. Een klein lichtpuntje in dat donkere deel van het schilderij.
Iedere persoon die Rembrandt geschilderd heeft lijkt zo zijn eigen verhaal te vertellen. Het meest opvallende vind ik dat iedereen heel erg met zichzelf bezig lijkt te zijn. Iedereen reageert op een andere manier op de dreiging. Psychologische studies hebben aangetoond dat er drie manieren zijn waarop mensen reageren op gevaar, namelijk: vechten, bevriezen of vluchten. Alle drie die reacties zien we terug in het schilderij. Door de angst wordt het 'ieder voor zich', zoals op het schilderij te zien is.
Daarmee heeft Rembrandt een belangrijk deel van de essentie van dit evangelie verhaal weten te vangen in dit schilderij. We hebben gelezen hoe Jezus zijn leerlingen bestraffend of misschien wel teleurgesteld toespreekt nadat hij de storm gestild heeft: 'Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?' Dat komt misschien wat vreemd over, want wie is nu niet bang te midden van een storm met je boot half vol water? We kunnen ons de paniek heel goed voorstellen, waarom worden ze daar op afgerekend?
Toen ik de tekst deze week las, viel mij iets op wat mij daarvoor nooit is opgevallen. De leerlingen die in paniek naar Jezus toe gaan en hem wakker maken stellen hem niet een vraag. In mijn herinnering vroegen ze zoiets als: Jezus, help ons, we vergaan!
In het verhaal zoals de evangelist Marcus dat vertelt is dat echter niet zo. De leerlingen gaan naar Jezus die ligt te slapen en zeggen: 'meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?' De toon is gelijk verwijtend. De discipelen stellen geen vraag, maar doen gelijk een aanklacht. Er wordt vanuit gegaan dat het Jezus allemaal niets kan schelen. Verwachten ze eigenlijk wel dat hij wat gaat doen? Of maken ze hem gewoon wakker omdat ze willen dat hij zich in ieder geval bewust is van de dreigende, misschien wel noodlottige storm die hen overvallen heeft?
In Psalm 107 ging het ook over zeelieden een storm. In dat lied wordt bezongen hoe een ieder die in angst en nood tot God bid, kan rekenen op zijn trouw en zijn bevrijdende en reddende macht. Van een dergelijk vertrouwen is bij de leerlingen in dit geval dus weinig te merken.
Dat terwijl ze Jezus net hebben horen spreken over het koninkrijk van God. Hoe een klein beetje geloof en vertrouwen daar al wonderbaarlijk kan groeien. Ze hebben hem wonderen zien doen en trekken al een poosje met hem op. Het is logisch dat ze in paniek zijn bij een dergelijke storm. Je zou echter verwachten dat ze iets meer vertrouwen hebben in de macht en de kunde van Jezus. Dat hij wel degelijk om hen geeft, maar dat Hij zo rustig is omdat hij weet dat hij de boel onder controle heeft.
Keer op keer blijkt in het evangelie hoe moeilijk dat is voor de leerlingen. Dat ze wel van goede wil zijn, maar niet snappen wie Jezus werkelijk is. In die spanning van wel willen, maar niet kunnen geloven, van leven tussen geloof en twijfel, staan de discipelen misschien wel dichterbij ons dan we soms denken.
Als ik in gesprek kom met mensen, dan blijkt vaak dat voor velen geloven niet een eindstadium is dat ze bereikt hebben. Het lijkt meer op het gaan van een weg, waarop je soms hoopt en soms wanhoopt. Waarop je soms zekerheid en de nabijheid van God voelt, maar op andere momenten de twijfel je overvalt en waarop je je eenzaam kan voelen. Voor de leerlingen die zo dicht bij Jezus stonden was dat dus niet anders.
In de loop van de tijd zijn er vele interpretaties gegeven van dit verhaal van Jezus en de storm op het meer. Het gaat over de macht van Jezus, maar ook over het geloof of onvermogen tot geloof van de leerlingen. In een andere interpretatie, die mij bezig bleef houden, wordt gesteld dat de boot waar Jezus en de leerlingen in zitten een symbool is voor de kerk. De kerk in zwaar weer en hoe gaan de opvarenden daar mee om?
Dat roept herkenning op, want we kunnen wel stellen dat de kerk in Nederland zich in zwaar weer bevindt. Dat wij hier in Weesp dat aan den lijve ervaren. Zeker nu we komend seizoen afscheid nemen van en een predikant en onze koster. Daarnaast zijn er de vacatures van de kerkenraad en andere commissies die niet opgevuld kunnen worden, steeds minder mensen in de kerk, de zoektocht hoe we begrijpelijk kunnen maken waar we als kerk voor staan.
Natuurlijk zijn er ook veel positieve dingen. Afgelopen week waren er meer dan 70 kinderen op de Vakantie Bijbelweek. Er gebeurt nog ontzettend veel in onze gemeente en er zijn ontzettend veel vrijwilligers. We kerken in een mooi gebouw en er is een warme gemeenschap waarin mensen naar elkaar omzien.
Toch voelen we aan alles dat het kraakt. Daarin zijn we niet de enige kerk, maar het raakt ons wel. Juist omdat de kerk ons zo aan het hart gaat. Hoe ziet de toekomst van de kerk in Nederland, van de kerk hier in Weesp eruit? We weten het niet en er zijn aantal zorgwekkende factoren.
Hoe gaan we om met de storm waar ons kerkelijke bootje zich in bevindt? Volgens mij zijn de verschillende reacties die Rembrandt geschilderd heeft nog steeds van toepassing. Sommigen hangen in de touwen om te redden wat er te redden valt, anderen hangen van angst figuurlijk kotsend over de railing. Anderen zijn misschien wel boos op God en vragen zich (al dan niet hardop) af waarom Hij niet iets doet om zijn kerk te redden.
Het gaat mij er niet om met de beschuldigende vinger te wijzen of precies aan te wijzen wie welke reactie heeft. Het algemene beeld vond ik echter wel herkenbaar. Niet alleen in Weesp, maar op vele andere plekken.
De indringende vraag die ons gesteld wordt, is of wij op Jezus en in hem op Gods macht durven te vertrouwen. Juist als het om ons heen stormt. Durven wij op Jezus te vertrouwen als het hoofd van de kerk, dat hij in staat is stormen te trotseren? Staan wij nog in contact met hem? Leggen wij onze angsten, zorgen en twijfels over onder andere de kerk bij hem neer? Of hebben we het gevoel dat de last van de toekomst alleen op onze schouders rust en dat hij er verder weinig aan doet of aan kan doen?
Als we dat laatste doen, trekken we een verantwoordelijkheid naar ons toe die te groot is voor onze schouders om te dragen. Dan verliezen we alle vreugde en vrijheid die zo horen bij het geloof in God en zijn koninkrijk van vrede.
Natuurlijk lossen niet alle problemen zich onmiddellijk op. Maar zou het niet kunnen dat God toch wegen weet te vinden om het schip van de kerk naar een veilige haven te brengen? Misschien niet op de manier zoals het ons voor ogen staat, maar op hele verrassende wijze.
Hoe bevrijdend zou het werken als we durven te bidden:
Jezus, we zijn bang
De stormen vallen over ons heen
En we weten niet wat we moeten doen om onszelf, om de kerk te redden.
Wilt U opstaan en ons redden?
Wilt U ons het vertrouwen, het geloof schenken
Dat U in staat bent stormen tot zwijgen te brengen
En dat uw kerk zal blijven bestaan
In manieren en vormen die wij niet kunnen bedenken.
God, want U bent goed en voor eeuwig is uw vriendschap.
Amen