Protestantse Gemeente te Weesp en Driemond

Kerkblad Onderweg

Logo Wij staan vermeld

Aanmelden Nieuwsbrief

captcha 

7 november 2021

Gemeente van Jezus Christus,
Oogstzondag 2021 brengt mij terug bij de uren die ik afgelopen seizoen heb doorgebracht in de schooltuin van Nienke. Op het tuinencomplex bij het zwembad had zij dit jaar een stukje tuin dat ze mocht beheren. Het was heel leuk om samen met haar het tuinieren te ontdekken en met zijn allen te genieten van de opbrengst. Op de foto's ziet u onze tuintrots en een deel van de oogst. Ik heb nu in ieder geval heel veel courgette recepten tot mijn beschikking, want die oogst was zeer overvloedig.
Het was mooi om samen te doen en de verschillende dingen te zien groeien. Van kleine zaadjes en enkele bonen tot planten waaraan vruchten groeiden die wij konden eten. Maar wat een werk is een groentetuin! Met terugwerkende kracht heb ik heel veel respect voor mijn ouders die toen ik jong was een behoorlijk grote groentetuin onderhielden. Ik snap nog steeds niet hoe ze dat gedaan hebben… In een tuin is altijd wel wat te doen.
Wat dat betreft is het een rare gelijkenis die Jezus verteld in het evangelie van Marcus. Een mens zaait en gaat daarna lekker slapen. Hij gaat door met zijn gewone leven, totdat het tijd is om te oogsten.
Iedereen die wel eens iets met tuinen en planten heeft gedaan weet dat het zo echt niet werkt. Als je de boel de boel laat dan is de kans groot dat je oogst maar zeer klein is. De boel verstikt, droogt uit of allerlei dieren doen zich eraan tegoed.
Al was hij de zoon van een timmerman, Jezus zal echt wel geweten hebben hoe het werkt. Duidelijk is dat hij een ander punt duidelijk wil maken. Deze gelijkenis gaat niet over de mens en zijn of haar inzet. Hoe graag wij ook centraal staan, in dit geval draait het eens niet om ons.
Het verhaal vestigt onze aandacht op het zaad en de samenwerking tussen zaad en aarde. De aarde geeft uit zichzelf vruchten voort door het zaad dat in haar gezaaid is. Het hele groeiproces wordt beschreven. Van het eerste sprietje dat voorzichtig boven de grond komt, waarvan je nog niet eens weet of het onkruid is of dat wat je gezaaid hebt, via de bloei, naar de beginnende vruchten en als laatste de tijd om te oogsten. 'Het zaad kiemt en groeit zonder dat de mens precies weet hoe dat gebeurt' zo zegt.
Door alle wetenschappelijke ontwikkelingen weten we dat natuurlijk inmiddels wel zo ongeveer. Hoe er in elk zaadje een eerste aanzet ligt voor het nieuwe plantje. Hoe klein dat soms ook is. We weten dat elk zaadje een eigen voedselvoorraad heeft waar het ontkiemende plantje op kan teren totdat het genoeg wortels en blaadjes heeft.
Terwijl ik dat zo opsom voel ik verwondering over hoe kunstig het in elkaar steekt. Dat ik technisch weet hoe het werkt, ooit op school geleerd, vergroot bij mij alleen maar het ontzag voor alles wat groeit en bloeit op deze aarde.
Dat zie ik terug bij mensen die er veel meer van weten dan ik. Je hoort ze vol ontzag spreken over de natuur, maar hoort ook hun zorg voor de toekomst. De laatste weken kijken Jelmer en ik het programma 'Jochem in de wolken'. In dat programma reist cabaretier Jochem Myjer per luchtballon over verschillende Nederlandse natuurgebieden. Het is aanstekelijk om te zien hoe hij vol enthousiasme vertelt over de natuur, wat hij ziet en wat hij daar als bijna afgestudeerd bioloog van weet. Je voelt daarin zijn liefde voor de natuur en de verwondering die hij voelt voor hoe alles met elkaar samenhangt.
De aarde heeft gegeven haar gewas
Zo zegent ons, God onze God.
Zo zingen wij hier in de kerk dan met de oude woorden van Psalm 67. Onze verwondering over hoe kunstig zelfs het kleinste zaadje in elkaar steekt en grote groeikracht in zich draagt, leidt tot een loflied voor de Schepper van dit alles. Niet voor niets begint onze Bijbel met Genesis 1, over God die de chaos bedwingt en zo de aarde levensadem geeft. Met zijn scheppende liefde heeft God zoiets moois en onbegrijpelijk ingewikkelds gemaakt.
'Als ik kijk naar de natuur, voel ik me als mens zo nietig', zei laatst iemand tegen me. Daar sprak voor mij een hoop wijsheid uit. Als mens zijn wij een onderdeel van het systeem van de schepping waarin alles met elkaar samenhangt. Niet meer en niet minder. Alleen gedragen wij ons alsof wij erboven en erbuiten staan. Met die houding hebben we met elkaar meer kapot gemaakt dan ons lief is.
Daarom is in het ritme van het kerkelijk jaar deze oogstzondag zo waardevol. Ze nodigt ons uit om stil te staan, onze neus buiten de deur te steken en wat vitamine D op te doen. Niet omdat het winter wordt en we minder zonlicht krijgen. Ik doel op de vitamine D van dankbaarheid.
Dankbaarheid voor al het eten dat we dagelijks op ons bord hebben
Dankbaarheid voor de zon die schijnt en de regen die valt
Dankbaarheid voor de inzet en liefde van zoveel mensen van wie we bewust en onbewust afhankelijk zijn. Denk maar eens aan hoeveel mensen er gewerkt hebben om die ene boterham op je bord te krijgen.
Zo past lied 719 in het plaatje van deze zondag. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat u van dit lied vond. Het is nogal een eigenwijs dankdag lied. Dank God voor vruchten van boomgaard en land, dat begrijpen we nog. Maar moeten we God danken voor machines die geoogst hebben of voor schepen die de hele aarde over varen om ons bananen te bezorgen?
Maar net als die gelijkenis van Jezus over het zaad, zet dit lied ons aan het nadenken over de zaken die wij zo vaak als vanzelfsprekend beschouwen, maar dat absoluut niet zijn. Het stelt ons de vraag of God niet ook zijn zegen geeft door alle wetenschappelijke ontwikkelingen waardoor de aarde nu veel meer mensen kan voeden.

Loof God voor de vruchten van kennis en brein,
de drang tot ontdekken van wat er kan zijn:
voor dromen en daden en alles dat leidt
tot een wereld van hoop en van menselijkheid.
(Lied 719: 4)
Deze zondag is een aanmoediging om met open ogen om ons heen te kijken en te zien wat ons toevalt. Om de tijd te nemen om ons te verwonderen. Verwonderen lukt je namelijk niet zo goed als je druk bezig bent met wat je zelf allemaal moet en kan doen. Het ontstaat als er ruimte is voor de onverwachte dingen. Gods zegen is namelijk niet iets wat wij maken als mens, maar wat ons overkomt.
Wat dat betreft is het dus niet zo gek dat de mens uit de gelijkenis gaat slapen. Een aanbeveling om te gaan slapen is misschien wat te veel van het goede, maar een uitnodiging om even niet met onszelf bezig te zijn en onze eigen doelen en verwachtingen is het zeker.
Kijk maar eens rond en zie hoe mooi de wereld is. Ga door het leven en voel met hoeveel mensen je verbonden bent, vaak zonder dat je het weet. Wees je maar bewust van het systeem dat God om jou als mens heen geschapen heeft en waar jij onderdeel van mag zijn.
En doe dat juist ook in een tijd als deze. Waarin er zoveel onzeker is en we voor zoveel uitdagingen staan. Een tijd waarin we genoeg reden hebben om te klagen. Durf dan te kiezen voor een moment van verwondering en dankbaarheid. Omdat die vitaminen je meer hoop en moed geven dan maar door te denderen.
Ik wil afsluiten met de bewerking van Huub Oosterhuis van Psalm 67
Hij zegene ons genadig
Doe zijn aangezicht
Over ons lichten.
Doe lichten hemelhoog en wijd
De weg van zijn woorden:
Bevrijding.
Allen die samen bestaan,
Twee of tweeduizend miljoen
Danken Hem dat zij bestaan.
De aarde bloeit als een moestuin
Een wijngaard, een woud van kruiden.
Hij moedigt ons aan, dat wij leven.
Amen