Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

22 februari 2026

Gemeente van Jezus Christus,

 

Zoals velen van jullie wel weten probeer ik minstens één keer in de week te sporten. Dat doe ik onder begeleiding van een trainster. Haar taak is het om iedere week weer een leuk, uitdagend programma te bedenken voor ons uurtje. Tijdens het sporten is zij aanmoedigend en soms uitdagend aanwezig.

Waarschijnlijk herkennen andere sporters wel het gevoel dat je de ene week die aanmoedigingen als heel positief ervaart en ze je naar grotere hoogten brengen. Het geeft je dan net het zetje om net iets meer te kunnen. Op andere momenten ervaar ik het niet zo positief en projecteer ik al mijn boosheid, woede en onmacht op de trainer (in gedachten dan).

Net als al die coaches de afgelopen 2 weken op de Olympische spelen. Soms worden ze de hemel in geprezen, soms hartgrondig vervloekt en vaak nog beiden tegelijk ook. Niet alleen tijdens de wedstrijden, maar juist ook in al die trainingsmaanden en -jaren ervoor.

 

Die Geest van God in het verhaal van vandaag lijkt wel wat op zo’n goed bedoelende, maar soms bloedirritante trainer of coach. Ieder jaar begint de 40 dagentijd met de geschiedenis van Jezus die de woestijn in gaat. Eigenlijk altijd beginnen we dan te lezen bij hoofdstuk vier: ‘Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn’. Op zichzelf al wat wonderlijk, want waarom zou de Geest van God Jezus naar de woestijn sturen.

Het wordt nog spannender als je weet waar dat woordje ‘daarna’ op aanhaakt. Dat woord verondersteld dat er daarvoor iets gebeurd is, wat voor de gebeurtenissen in dit verhaal van belang is. In dit geval is dat het verhaal van Jezus’ doop door Johannes in de Jordaan. Meestal lezen we die verhalen los van elkaar in verschillende tijden van het jaar, maar voor de evangelie schrijver Matteüs zijn ze nauw met elkaar verbonden.

 

De ene schakel tussen de verhalen wordt gevormd door de titel ‘zoon van God’. Bij de doop is het God zelf die dat over Jezus zegt: ‘dit is mijn geliefde zoon, in Hem vind ik vreugde.’ Als Jezus vervolgens de woestijn ingaat zegt de grote verleider tot twee keer toe: ‘als je werkelijk de zoon van God bent, …..’. Wat betekent het om Zoon van God genoemd te worden? Welke verwachtingen hebben anderen dan van je? Wat voor gevolgen heeft dat voor de keuzes die je maakt?

De andere schakel tussen beide verhalen is de Geest van God. In het ene verhaal daalt hij na de doop op Jezus neer. Een bijzonder moment moet dat zijn geweest voor Jezus. Een moment van bevestiging en bemoediging. Hij ontvangt de Geest die tegelijk al zijn hele leven bij hem was. Maar bezield door die Geest gaat Jezus beginnen aan zijn taak op aarde. Het kan niet anders of dat was een krachtig moment voor Jezus. Het is echter diezelfde Geest die hem nog geen twee zinnen later de woestijn in stuurt. Als een keiharde trainer die zijn pupil tot het uiterste wil laten gaan.

 

Wat is dan dat uiterste? En misschien is dat wel precies wat die andere kracht in de woestijn ook wil bereiken: Jezus tot het uiterste brengen en daar voorbij….

 

Deze twee scènes vormen het allereerste begin van Jezus zijn openbare leven. Hij begint als het ware een nieuw dagboek. Er ligt nog een heel schrift met onbeschreven bladzijden voor hem. Toch staan vanaf de allereerste bladzijde de zaken op scherp doordat er aan hem getrokken wordt.

De Geest van God stuurt Jezus de woestijn in om hem op de proef te stellen, de duivel of beproever is er in de woestijn om Jezus te verzoeken. Beiden doen het hetzelfde, beiden stellen dezelfde vraag: Wat is het jou waard dat God jou zijn Zoon noemt en zijn Geest op jou rust? De intentie is anders.

De één doet alles eraan om het goede er uit te laten komen en zichtbaar te laten worden. De andere doet alles wat in zijn macht ligt om Jezus vanaf het begin te laten falen in zijn missie. Dat is het verschil tussen op de proef gesteld worden aan de ene kant en verzocht worden aan de andere kant. De een is gericht op groei en bloei, de ander op mislukking en falen.

En toch, hoewel de intentie anders is, is de eenzaamheid en de strijd om de juiste keuzes te maken er niet minder op. Het is niet toevallig dat deze confrontatie zich in de woestijn afspeelt. Daar waar er geen afleidingen zijn en er geen ontsnappen aan is. Daar waar je op jezelf bent aangewezen en de omstandigheden hard zijn. Daar voert Jezus voor het eerst de strijd, die eigenlijk zijn hele leven, tot aan het kruis, aanwezig blijft: wat betekent het om Zoon van God te zijn?

 

Vele kunstenaars hebben zich in die strijd herkend en hebben beelden gemaakt bij het verhaal van Matteüs. Zo is er dit kunstwerk van Rosetta Jallow. Het meest opvallende vind ik in dit schilderij hoe er gewerkt wordt met de tegenstellingen tussen licht en donker. Aan de linkerkant zien we de lichte figuur van Jezus, maar hij lijkt het niet makkelijk te hebben. We zien zijn krampachtige handen en zijn gezicht zien we niet eens. Alleen maar zijn donkere bos haren terwijl zijn blik naar beneden gericht is. Je voelt de kramp van de strijd die hij aan het voeren is. Toch is hij omgeven of gesteund door licht. Daarnaast zien we een hele donkere figuur, die we wel recht in het gezicht mogen aankijken. Als is de blik niet een blik waar je blij van wordt.

Hoeveel ruimte krijgt het donker? Hoever mag en kan het komen? En is het licht sterk genoeg om weerstand te bieden?

 

In dit schilderij is de beproever, de verleider, de diabolos die alles door elkaar gooit een mensachtig figuur die naast Jezus staat en aan hem trekt. In andere schilderijen zoals deze is die verleider weergegeven als een schaduw. Om aan te geven dat er in jezelf ook allerlei krachten aan het werk kunnen zijn die je van je weg af proberen te houden.

De krachten en machten waar hij symbool voor staat zijn zo heel herkenbaar. We herkennen allemaal dat de wereld om ons heen aan ons kan trekken om mee te doen en niet na te denken over de gevolgen van onze keuzes en daden. Maar ook de interne verleider, de interne door elkaar gooier is ons niet vreemd. We hebben allemaal onze eigen strijd te voeren met ons eigen verleden en de valkuilen waar we steeds weer in stappen. De ontregelende krachten, die ons als mens en gelovige

van de goede weg af proberen te brengen kennen we allemaal.

 

Beproeving en verzoeking zijn in ons echte leven misschien wel helemaal niet zo makkelijk uit elkaar te houden. En zou het verschil maken als je het wist? De ervaring blijft hetzelfde, namelijk dat je tot het uiterste gebracht wordt en het aankomt op de keuzes die je maakt.

 

En wat in beide kunstwerken wel duidelijk is, is de eenzaamheid van dit gevecht met de machten en krachten in de wereld en de eenzaamheid van het gevecht met jezelf. De woestijn is leeg, kaal en dor. Of het nu gaat om beproeving, gericht op groei, of om verzoeking, gericht op afbraak en misstappen; de eenzaamheid is hetzelfde.

‘I must walk this lonesome valley’ was de spiritual die de muziekgroep zong. Een lied dat een hartenkreet is: ik moet deze eenzame vallei alleen door. Spirituals die zijn ontstaan in de diepe nood van tot slaaf gemaakten die niets over hun eigen leven te zeggen hadden. Mensen die voor hun leven en hun strijd herkenning en erkenning vonden in verhalen van Jezus die net als zij worstelde en op de proef werd gesteld. In hun woestijn vonden zij Jezus.

 

Zo was het ook voor Jezus. Al op de allereerste bladzij van zijn verhaal wordt Jezus tot het uiterste gebracht. Vanaf het allereerste moment komt het er op aan, tot het laatste moment. Want zelfs aan het kruist klinkt dezelfde uitdaging als hier in de woestijn klinkt: als je de Zoon van God bent, haal jezelf dan van het kruis. Zo wordt er tot Jezus geroepen.

Hoe verleidelijk moet het niet geweest zijn voor hem om het te doen? Door zo’n wonder de mensen te laten geloven: ja, Jezus is de zoon van God. Jezus maakt echter het verschil door te beseffen dat het zijn van de Zoon van God niets met wonderen te maken heeft, maar met trouw en liefde. Hij weet de verleidingen van macht, egoïsme en het gevaar van God inlijven voor zijn eigen gewin te weerstaan en steeds is daarbij de Bijbel zijn inspiratie.

Door zijn trouw aan God én aan mensen, daardoor bewijst Jezus uiteindelijk dat hij werkelijk Gods Zoon is. Hij die ons voorgaat op de weg naar zijn Vader en naar Gods koninkrijk. Daarom is Jezus vanaf het begin een bron van vreugde voor God.

 

In Jezus’ voetsporen mogen ook wij ons ‘zonen’ en ‘dochters’ van God weten. Het is ook onze roeping om voor God een bron van vreugde te zijn. Alleen komen wij net zo goed op onze geloofsweg verleidingen en uitdagingen tegen. Soms komen die van buitenaf, maar vaak genoeg hebben wij genoeg te stellen met de stemmen in onszelf. Wat zijn dan onze krachtbronnen waar wij uit kunnen putten om de juiste keuzes te maken?

 

Dat is een vraag om de komende tijd mee bezig te zijn. De weg met Jezus te gaan dwars door de woestijn heen het leven tegemoet.

 

Amen