29 maart 2026
Gemeente van Jezus Christus,
In deze dienst vol muziek blijven we ook qua lezing in de muziek hangen. Het grootste deel van onze lezing vandaag uit de brief aan de gemeente in Filippi is namelijk een heel oud, christelijk lied. Daarnaast wordt er een lijntje naar de kerkdienst van volgende week gelegd, waarin we mogen dopen. Dit lied dat Paulus citeert, daar wordt van aangenomen dat het in de doopdiensten van de vroege kerk gebruikt werd.
Zo hangt alles met elkaar samen en vormen alle vieringen van de komende 8 dagen met elkaar een eenheid. Met elkaar vertellen ze het hele verhaal over het leven van Jezus, het einde daarvan en het nieuwe begin. Ze vertellen niet alleen zíjn verhaal, maar ook ons verhaal.
Steeds pendelen we heen en weer tussen de weg die Jezus gegaan is en ons eigen leven. Wat hebben die twee polen met elkaar te maken? Want de verhalen die de komende dagen klinken zijn niet alleen bedoeld om ons te raken, maar ook om ons te veranderen.
Muziek kan helpen om het appèl te voelen dat de intense verhalen van de komende week op ons doen. Muziek kan raken, op de momenten dat de woorden van ons afglijden. Misschien is het wel daarom dat muziek als de Matteüs passion zo aanspreekt. Zonder het precies onder woorden te kunnen brengen raakt de muziek de bedoelde snaar en gaat ons leven mee resoneren.
Paulus was zich goed bewust van de functie van muziek en zingen. We kennen het verhaal dat hij samen met Silas gevangen zit en midden in de nacht gaat zingen. Hij wist zingend de hoop vast te houden. In die beroerde omstandigheden wist Pauls zelfs mensen te bereiken met zijn hoop. En nu, nu hij de gemeente in Filippi wat wil meegeven over eenheid, grijpt hij terug op een lied. Het is één van de oudste christelijke hymnes of liederen die nog bekend zijn.
Het is aannemelijk dat de gemeente in Filippi dit lied al wel kende. Waarschijnlijk zelf zong als er mensen in hun midden gedoopt werden. De beweging van het lied past bij de fysieke beweging van de doop door onderdompeling: ondergaan en weer opstaan.
Ik ben geen componist, maar ik stel me wel voor dat dit lied met hoge noten begint. Net zo hoog als een aantal van die andere kerkliederen, waarvan je op de vroege zondagochtend denkt: oei, dat haal ik nog niet.
Want het begint ermee te beschrijven hoe Jezus bij God hoorde en aan God gelijk was, of zelf God was. Het begint bij dat niet te bevatten samenspel van Vader, Zoon en Geest. Daar waar de menselijke geest haar beperkingen kent. In die ‘hoogte’ wordt een radicale keuze gemaakt. Namelijk om niet op afstand van de mens te blijven, maar een relatie te willen aangaan.
Het eerste deel van het lied gaat over de keuze van Jezus om los te laten en zichzelf leeg te maken. Je hoort de hoge noten langzaam dalen tot een meer te bevatten hoogte. Jezus houdt niet krampachtig vast aan zijn god-zijn, maar durft dat los te laten. Hij daalt af, zoals de noten van ons lied, en komen tot het niveau dat wij hem in de ogen kunnen kijken. Immanuël wordt Jezus aan het begin van het Matteüs evangelie genoemd: God met ons.
Misschien wel tot onze verbazing stopt Jezus daar niet. Zijn weg naar beneden gaat nog verder de diepte in. Naar de laagte van al die mensen die in de ellende zitten en niet meer weten hoe ze er uit moeten komen. Naar de diepte van de vluchtelingen die geen betere weg voor zich zien dan in gammele bootjes hun leven te riskeren. Hij gaat naar de diepte van al die slachtoffers van machtspolitiek op kleine en vooral grote schaal. Jezus begeeft zich op het niveau van de slaven, de mensen die weinig tot niets over hun eigen leven te zeggen hebben.
De NBV vertaalt het griekse woord doulos met dienaar, maar het is niet zomaar een bediende. Het woord doulos duidt die bevolkingslaag aan van mensen die iemands eigendom waren. Zij die te luisteren hadden en niet vrij konden kiezen hoe ze hun leven inrichten. Al is in veel gevallen officieel de slavernij afgeschaft, er zijn vandaag de dag nog heel veel mensen te vinden die gebonden zijn door de situatie waarin ze leven of door keuzes die ze maken.
Daar in de diepte, bij de allerlaagste noten, als het bijna niet meer kan, gaat de weg van Jezus nog verder naar beneden. Naar een dood die alleen voorbehouden was aan slaven en misdadigers: de kruisdood. Romeins staatsburgers konden niet veroordeeld worden tot de kruisdood. Dat was te vernederend en pijnlijk.
Paulus benadrukt dat nog maar eens extra voor de inwoners van Filippi. Een belangrijke Romeinse stad, met veel staatsburgers, maar ook slaven. Als hij hen wil leren dat ze één in liefde, één in streven en één van geest moeten zijn, dan neemt hij ze mee in wat die liefde en die geest Jezus gekost hebben.
In de diepte, als hij helemaal leeg is, raakt Jezus de bodem, dat is verhaal van de komende week. Jezus die kopje onder gegaan is in het water, zoals de doop laat zien. Dat doet Jezus vrijwillig, omdat hij er zelf voor gekozen heeft, uit liefde.
Door deze beweging te maken laat Jezus zien dat hij zich houdt aan zijn eigen woorden. Zoals de evangelist Matteüs het beschrijft: Jezus had aan het kruis zijn vijanden lief, hij is geweldloos de dood tegemoet gaan. Zo heeft hij in de praktijk gebracht wat hij in de bergrede zijn leerlingen geleerd heeft: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.
De Britse theoloog Samuel Wells schrijft in zijn boek ‘de gewonde God’ onder andere over deze Bijbeltekst. Hij weet heel mooi onder woorden te brengen wat deze weg van Jezus voor God betekent. Ik deel graag een stukje van zijn gedachten: ‘God is in Christus een slaaf, omdat Gods ene verlangen boven alles uitgaat: onze metgezel zijn. Het kruis laat ons zien dat dit verlangen God alles kost. (…..) God is zwak en kwetsbaar omdat we in Jezus hebben gezien voor wie God alles over heeft. We kennen Gods geheim, Daarmee staat God naakt voor ons …. In ruil daarvoor verlangt Hij van ons dat wij werkelijk liefdevol, teder en grenzeloos vrij zijn. Daar was het allemaal ooit om begonnen’.
Citaat: De gewonde God, het geheim van Jezus’ lijden, Samuel Wells, p 105-106
Hij zegt hier veel in korte tijd, en ik kan me voorstellen dat veel van zijn gedachten vragen oproepen. Maar hoe Wells het slaaf zijn van Jezus koppelt aan Gods kwetsbaarheid vond ik heel mooi passen bij die beweging naar beneden. We kennen Gods geheim en God staat daardoor naakt en kwetsbaar voor ons, verlangend naar ons antwoord op zijn uitgestoken hand.
Paulus presenteert in dit deel van zijn brief geen dichtgetimmerde leer over Christus, maar laten we onszelf in herinnering brengen dat het een lied is. Een lied met een beweging. Na de beweging naar beneden, die ging over wat Jezus gedaan heeft, gaat de beweging weer omhoog. Ik stel me zo de eerste voorzichtige noten voor die weer omhoog gaan, zoals de verhalen over de opstanding ook altijd in het voorzichtige licht van de vroege morgen plaatsvinden. En langzaam gaat de weg weer omhoog, tot de versnelling steeds vlotter gaat.
Het gaat erover dat Jezus een nieuwe naam krijgt. Een naam die voor God zelf bestemd is. Wat dan volgt is een korte en krachtige belijdenis: Jezus Christus is Heer! Het is een van de oudste belijdenissen die we kennen. Jezus krijgt nu de titel die in het Torah God toekomt. Daar wordt de Godsnaam, die nooit wordt uitgesproken, aangegeven met Adonai, wat betekent: mijn Heer. Overal waar de Godsnaam staat wordt hardop gelezen, Mijn Heer. Die naam, die God toebehoort, die komt na zijn weg naar beneden ook Jezus toe.
Uit het water komt Jezus weer omhoog, als nieuw. En zoals Paulus zegt in de tekst die we op paasochtend zullen lezen, in Romeinen: [3-4] Jullie weten wat de doop betekent. De doop laat zien dat we bij Jezus Christus horen. Door onze doop zijn we eigenlijk samen met hem gestorven en begraven. En door onze doop leven wij nu als nieuwe mensen. Want Christus leeft! Onze machtige Vader heeft hem laten opstaan uit de dood.
God wil niets liever dan verbonden zijn met iedereen. Dat is de diepe betekenis van het visioen dat elke knie zich buigt. Dat ieder mens met Christus opstaat en zal leven.
Ach wie weet haal ik er wel veel te veel bij, maar er zijn ook zoveel lijnen en dwarsverbanden te vinden tussen al die teksten die de komende week gelezen gaan worden. Het belangrijkste voor vandaag is de uitnodiging die gedaan wordt, in dit hele oude christelijke lied, om je mee te laten nemen door de beweging die gemaakt gaat worden. Een beweging die begint bij de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem, naar de laagste diepten van het kruis en de dood, naar de feestelijke hoogte van de opstanding. Omdat dit de beweging is die God met ons en voor ons wil maken. Omdat God in die muzikale beweging ons laat zien en voelen wat het betekent dat hij werkelijk God met ons wil zijn.
Hij gaat met ons de diepten door, om ons vast te houden, tot het weer licht wordt en wij in zijn licht als vrije en liefdevolle mensen kunnen leven. Dat we die beweging mogen voelen komende week, in alles wat we zullen zingen horen.
Amen

