Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

14 mei 2026

Gemeente van Jezus Christus,

Blijf niet staren op wat vroeger was

Sta niet stil in het verleden

Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen

Het is al begonnen, merk je het niet?

Huub Oosterhuis

Dit lied van Huub Oosterhuis zong door mijn hoofd toen ik bezig ging met de kerkdienst van deze Hemelvaart. Het is een canon die je oneindig met elkaar door kan blijven zingen. Als een boodschap die je steeds mag of misschien wel moet herhalen om haar echt te begrijpen. De tekst is een citaat uit Jesaja 43, maar het lijkt wel alsof dit gezongen kan zijn tegen de leerlingen die afscheid moeten nemen van Jezus.

Je ziet ze daar zo staan op de olijfberg, nadat Jezus ze voor het laatst heeft toegesproken. Na de opstanding hebben ze nog veertig dagen met Jezus gehad. 40 dagen de tijd om samen met Jezus de overgang te maken naar hun nieuwe realiteit. Een realiteit waarin Jezus niet meer dagelijks om hen heen is, maar ze het moeten doen met wat er in hun hart leeft.

Zoveel hebben ze gehoord. Er is in die paar weken zoveel duidelijk geworden. Maar nog steeds komt het afscheid te vroeg, en is dat niet ontzettend herkenbaar? Dat je je nog zo goed kan voorbereiden op het afscheid, maar dat het op het moment zelf toch ondoenlijk lijkt….

Daarom neemt Jezus het initiatief. In zijn laatste gesprek wijst hij vooruit. Naar de nabije toekomst, waarin ze de Heilige Geest zullen ontvangen. Hij zegt ze toe dat ze de kracht zullen krijgen om van hem te vertellen tot aan het uiteinde van de aarde.

En op dat moment wordt Jezus weggenomen. Als de uiteinden van de aarde in beeld zijn, is zijn tijd op aarde voorbij. Die uiteinden zijn voor de leerlingen om te bereiken, in Jezus’ naam. Alleen hebben ze even een zetje nodig om daartoe in beweging te komen.

Lucas heeft in zijn verhaal over de Hemelvaart heel veel parallellen gestopt met het Paasverhaal. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gaat heel veel over kijken en zien. De leerlingen staren naar de hemel en Jezus werd voor hun ogen omhoog geheven. Dat zien was bij het opstandingsverhaal ook al een belangrijk woord. Het lege graf moest gezien worden.

Een andere parallel is die van de twee mannen in stralende of witte kleren. Ze waren er bij het open graf en nu zijn ze er opnieuw. Het allereerste wat ze in beide gevallen doen is vragen stellen. Bij het open graf is hun vraag aan de vrouwen: waarom zoeken jullie de levende onder de doden? Aan de leerlingen op de olijfberg stellen ze de vraag: Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?

Pas na de vragen komen woorden die herinneren aan wat al eerder gezegd is en aan de dingen die gaan komen. Maar ik denk dat die vraag het belangrijkste is. Dat die iets van het gevoel erkent waarmee zowel de vrouwen als de leerlingen op dat moment staan te kijken naar iets wat te niet kunnen geloven. Tegelijk is het de vraag die uitnodigt om er op een andere manier naar te kijken.

Blijf niet staren op wat was, maar zoek naar het nieuwe dat al is begonnen.

En dat nieuwe is een leven ‘met zonder Jezus’. Ik heb deze titel niet van mijzelf. Jaren geleden heeft de PKN dit boekje uitgebracht waarin het gaat over de betekenis van Hemelvaart. Het gedicht dat ik later zal voordragen komt hier uit. Er staat ook een tekst in van Hester Smits die het heeft over kinderen die met zonder jas naar school gaan. Volgens haar geen grammaticale fout, maar een wereld van verschil, een verlangen. Het staat volgens Hester Smits voor die zomerse dagen, waar de vakantie er bijna aankomt en alles mogelijk is.

Het typeert heel mooi wat Lucas hier neer wil zetten door het tweede deel van zijn verslag met dit verhaal te beginnen over Jezus vertrek. We hebben het gelezen, het eerst deel, het evangelie, ging over alles wat Jezus begonnen was te doen en wat hij heeft onderwezen. Nu zal het gaan over wat de leerlingen begonnen zijn te doen, nadat Jezus het stokje aan hen had overgedragen. Opnieuw een begin, een nieuwe tijd is aangebroken.

Maar om het aan te durven met zonder Jezus hebben ze wel een zetje nodig. De leerlingen moeten erop durven vertrouwen dat de weg verder gaat, zelfs als Jezus niet meer live bij ze is. We mogen niet onderschatten wat voor een uitdaging dat is geweest. Zelf de route uit gaan stippelen, terwijl je daarvoor 3 jaar lang een volger bent geweest. Hoe doe je dat en waar begin je? Het begint bij nog meer wachten, wachten op die beloofde helper. De Geest van Christus zelf die ze zal bezielen.

De leerlingen moeten ontdekken hoe ze kunnen blijven vertrouwen op Gods kracht, zelfs als ze die niet meer zo dichtbij aan het werk zien, zoals in Jezus. Of misschien beter gezegd, ze moeten durven geloven dat in hen diezelfde kracht van God aan het werk kan zijn. Met Pinksteren zullen ze dat voelen, maar de allereerste aanzet wordt vandaag gegeven. In Jezus die vertrekt en zegt: ik vertrouw het aan jullie toe om mijn boodschap van liefde, hoop en redding verder te brengen.

Paulus geeft er zo mooi woorden aan in zijn brief aan de gemeente in Efeze. Hij bidt de gemeente toe dat God hen een geest van inzicht schenkt en een verlicht hart, dat ziet waarop gehoopt mag worden. Paulus bidt de gelovigen in Efeze toe dat ze gaan zien hoe krachtig God aan het werk is. In hen en door hen. Zo krachtig dat in hun geloof Jezus zelf ‘tot leven komt’ en nog voelbaar en tastbaar aanwezig is op aarde.

Jezus vertrek in het volste vertrouwen dat zijn leerlingen zijn goede boodschap verder kunnen brengen.

Dat is leven met zonder Jezus volgens mij. Een verlangen en een daad van vertrouwen tegelijkertijd. Zowel voor God als voor ons. Een opdracht van God zelf waar wij nog steeds voor staan. Want ook wij leven in de tijd tussen Jezus vertrek en zijn terugkomst. In dat opzicht is onze situatie hetzelfde als die van de gemeente in Efeze en zelfs die van de eerste leerlingen van Jezus.

Net als aan hen, wordt aan ons gevraagd om niet naar de hemel te blijven staren, of de levende onder de doden te blijven zoeken, maar verder te kijken. Naar waar tekenen van opstanding te vinden zijn in de wereld van nu en ons eigen leven. Waar zien wij het leven opbloeien, soms midden tussen de puinhopen die de wereld is?

We mogen onze blik op deze wereld richten om te zien wat we daar van God kunnen vinden én kunnen brengen. Want het lichaam dat Jezus heeft op deze aarde zijn wij. Niemand meer en niemand minder. En God zal ons de wijsheid, de kracht en de moed geven om Jezus en zijn erfenis levend te houden.

Dat betekent niet dat een leven met zonder Jezus makkelijk is. De zorgen om de toekomst van de kerk zijn levensgroot en de wereld staat in brand. De vraag ‘waar is dan je God?’ wordt dagelijks aan ons gesteld.

Wie zijn dan onze engelen? Die mensen die met een goede vraag ons uitnodigen om anders te kijken. Die onze blik te verleggen en te zien hoe de weg verder gaat. Die ons daarmee het vertrouwen geven dat Gods werk altijd doorgaat en Jezus altijd zal leven, juist op die plaatsen waar we het niet verwachten.

Dus blijf niet staren

Maar zoek naar het nieuwe dat al is begonnen

En voel hoe je zelf daar deel van uit mag maken

Tot die tijd komt, dat Christus terugkomt

En de wereld zal veranderen in de hemel op aarde.

 

Amen