7 juni 2026
Jullie die hier en nu in deze kerk zijn, door God geliefde mensen, mensen die van Jezus Christus willen horen,
Stel je voor, je werkt voor de belastingdienst van het Romeinse rijk. Je staat bekend als tollenaar en je wordt door iedereen met de nek aangekeken. Ze zeggen dat je een oneerlijk mens bent. Dat je anderen afzet en bedriegt. Ze roepen je na dat je heult met de vijand. Iedereen loopt met een grote boog om je heen, tenzij ze iets van je willen of met je moeten. Verder zien ze je niet, of althans, doen ze alsof.
Dan komt op een dag je stadsgenoot Jezus langs. Je hebt al wel van hem gehoord en misschien heb je hem ook al wel eens voorbij zien komen. Het kan best zijn dat hij al een keer belasting bij je moest betalen, maar deze keer is anders. Je merkt hoe Jezus je zíet. Niet zomaar terloops, maar echt zíet, tot in het diepste van je ziel. Dan komt hij doelgericht op je af en spreekt twee woorden: ‘Volg mij’.
Precies dat moment heeft Hendrick ter Brugghen in dit schilderij uit 1621 proberen vast te leggen. Jezus is amper in beeld, links op het schilderij, samen met een leerling. Wel zien we duidelijk zijn hand met de vinger die naar de kalende man in het midden van het schilderij wijst. Dat moet Matteüs zijn, want we zien geld op de tafel en schrijfgerei liggen. De kleding van de mensen is een rommelige combinatie van kleding uit de 17e eeuw en hoe men toen dacht dat mensen uit Jezus’ tijd gekleed gingen.
Maar goed, Matteüs zit dus in het midden in zijn opvallende blauwe kleed. Een beetje norse verbijstering is op zijn gezicht te lezen, maar zijn eigen vinger versterkt het gebaar dat Jezus’ hand maakt. Hij kijkt Jezus recht aan en lijkt zich af te vragen of Jezus zijn woorden voor hem bedoeld zijn.
Het deed mij denken aan dat liedje dat we met bijvoorbeeld de kliederkerk wel eens zingen: ‘Je hoort erbij. Wie ik? Ja jij! Je hoort er helemaal bij. Wie ik? Ja jij!’ inclusief de handgebaren die erbij horen.
In dit handgebaar zoals ter Brugghen dit geschilderd heeft is heel krachtig de kernboodschap van dit stukje evangelie samengevat. Misschien wel van een het evangelie als geheel. Want gaat het verhaal van Jezus er niet ten diepste over dat, door Jezus heen, God naar mensen wijst en zegt: ‘volg mij, jij hoort bij mij’.
Jezus doorbreekt alle conventies en sociale regels door Matteüs als tollenaar uit te nodigen zijn volgeling te worden. Matteüs had niet de goede studie, was niet een persoon van aanzien, kon zich niet beroepen op veel kennis van de Thora en toch had Jezus hem nodig in zijn groep van leerlingen. Hij mocht bij deze rabbi in de leer om te horen over God, zijn grote daden en zijn Liefde.
Matteüs was daarin niet de uitzondering. Het verhaal gaat verder met Jezus die aan tafel zit met iedereen die er in de maatschappij van toen niet bij hoorde. Jezus geneest talloze mensen, waardoor ze weer mee kunnen doen aan het leven. Hij heeft oog en oor voor zij die niet gezien en gehoord werden.
Jezus doorbreekt de manier waarop deze groep mensen apart gezet worden, juist door samen met ze te eten. Hij breekt met hen het brood, laat ze drinken uit de beker waar hij en zijn leerlingen uit drinken. Een gemeenschap van mensen die van Jezus de woorden gehoord hebben: volg mij, jij hoort erbij, voor jou ben ik naar de aarde gekomen.
Het is eigenlijk niet op waarde te schatten wat dat voor deze mensen betekend moet hebben. Allereerst al het feit dat ze gezien zijn door Jezus. Waar iedereen meestal over ze heen kijkt, worden ze door Jezus in hun ziel gekeken. Daarbij geeft hij ze het gevoel dat ze erbij horen, dat ze nodig zijn, zoals ze zijn. Met hun talenten en hun zwakheden. Zij mogen er zijn en mogen meedoen.
En Jezus staat niet toe dat zijn leerlingen worden aangesproken op zijn gedrag. Hij geeft zelf het antwoord op de vraag die de farizeeën aan de leerlingen van Jezus stellen: ‘waarom eet uw meester met zondaars en tollenaar?’. Jezus neemt zelf de volle verantwoordelijkheid van zijn gedrag en zijn keuzes op zich. Want het is juist daarin dat hij zijn missie laat zien. Hij is niet gekomen voor de rechtvaardigen, voor hen die de weg naar God al hebben gevonden. Hij is juist gekomen om allen die zoekend zijn, die gebroken zijn en allen die het gevoel hebben er niet toe te doen, te laten weten: ook jij bent geliefd door God en Hij heeft jou nodig.
Een boodschap met eeuwigheidswaarde. Bedoeld voor die mensen met wie Jezus fysiek aan tafel zat. Maar ook bedoeld voor ons en onze tijd. Het is een boodschap om serieus te nemen. Want kunnen wij het hebben dat bij God iedereen welkom is? Dat God niet aan groepjes en rangen en standen doet? Is dat niet een radicale boodschap om als kerk voor te staan? Dat wij in Gods naam die uitgestoken hand zijn die tegen iedereen zegt: kom, God houdt van je en heeft je nodig.
Wat moeten wij daarvoor aan de kant zetten en overwinnen om dat te kunnen? Durven wij zelf die boodschap te horen of vinden wij onszelf misschien niet goed genoeg? Hoe ingewikkeld is het om zo onvoorwaardelijk liefde uit te dragen in een wereld die zo dreigend kan zijn?
Het is een allesomvattende boodschap die Jezus hier brengt. God wil het verschil maken in het leven van alle mensen. Het is waar de teksten van vandaag elkaar raken, zo verschillend als ze zijn. Ze raken elkaar bij Gods kloppende hart. Gods hart klopt voor zijn schepping en zijn mensen.
Zoals Psalm 148 het gevoel geeft dat de lofzang aan God pas compleet is als iedereen en alles meedoet. Niet alleen de mensen, hun stem alleen is te zwak. Heel de aarde, alles wat leeft en het hele universum moet meedoen in het dankzeggen aan God de Schepper. De reden wordt niet eens gegeven in deze specifieke Psalm. De zichtbaarheid van Gods liefde en macht is overal te vinden zo lijkt de Psalm te willen zeggen. Hemel en aarde, jong en oud: zing voor God en zijn kloppende hart vol liefde.
Dat is ooit op bijzondere wijze gedaan door Franciscus van Assisi. Hij heeft een lied geschreven waarin hemel en aarde samenkomen. Een lied dat wij kennen als het zonnelied. Ik wil eindigen met een bewerking dit lied door de groep ‘schrijvers voor gerechtigheid’.
Allerhoogste Heer die alles draagt,
heel de wereld straalt van uw zegen.
De schepping zingt uw diepste naam.
Heer van licht en liefde, wees geprezen.
Door de zon, de grote broer, kijk hem eens stralen,
net als U verlicht en koestert hij de aarde.
Door de maan, de zus van licht, met alle sterren:
duizend lampjes in de eindeloze verte.
Door de wind, de broer die altijd wil bewegen.
Hij mag waaien waar hij wil en brengt ons leven.
Alleluia!
Allerhoogste Heer die alles draagt,
heel de wereld straalt van uw zegen.
De schepping zingt uw diepste naam.
Heer van licht en liefde, wees geprezen.
Door het water, onze zus, zo fris en helder.
Zij brengt leven en stroomt nederig weer verder.
Door het vuur, de broer, zo mooi met al zijn vonken.
Kijk, zijn vlammen dansen vrolijk in het donker.
Door de aarde, onze zus met al haar bloemen.
Als een moeder blijft ze dragen, blijft ze voeden.
Alleluia!
Allerhoogste Heer die alles draagt,
heel de wereld straalt van uw zegen.
De schepping zingt uw diepste naam.
Heer van licht en liefde, wees geprezen
Door uw kinderen die anderen vergeven.
Dankzij hen is er weer ruimte om te leven.
Door de mensen die het lijden met U delen.
Uit uw hand ontvangen zij een kroon van vrede.
Door de dood, de zus die komt om ons te halen:
dag van vrede voor wie leeft van uw genade.
Dank U dat wij in dit loflied mogen leven,
en dat wij U mogen dienen hier beneden.
Alleluia!
Allerhoogste Heer die alles draagt,
heel de wereld straalt van uw zegen.
De schepping zingt uw diepste naam.
Heer van licht en liefde, wees geprezen.
Amen

