6 september 2026
Gemeente van Jezus Christus,
Een paar weken geleden had ik een internationale bibliodrama conferentie. We speelden met het verhaal van Jona. Terwijl we dat deden ontdekten we de ernst en actualiteit van het verhaal over deze profeet, maar tot onze verrassing bleek er ook sprake te zijn van humor. Vaak subtiel van aard, maar toch wordt er de draak gestoken met verwachtingen en ideeën die leven.
Daarover een andere keer misschien meer, maar eenzelfde ontdekking overkwam mij deze week in het verhaal dat wij gelezen hebben. Het is een ernstig stuk, vooral het tweede deel over het aanspreken van iemand binnen de gemeente die jou iets aangedaan heeft. Het is misschien zelfs een wat besmet stuk, omdat het in de loop van de geschiedenis gebruikt is om allerlei oordelen over mensen uit te spreken.
Waar ik bij bleef hangen is in de humor die er in zowel de verzen 1 t/m 5 als de verzen 15 t/m 20 zit. De gein zit hem dan voor mijn gevoel vooral in de omdraaiing die er tot twee keer toe plaatsvindt.
De eerste omdraaiing zit hem in die eerste paar verzen. Volgen mij onmisbare verzen om de rest van de toespraak van Jezus te begrijpen. Een toespraak waarin verschillende aspecten aan bod komen van het gemeenteleven. Hoe ga je met elkaar om in de gemeente? Vooral op die momenten dat het niet gaat zoals het zou moeten.
Daarbij begint het met de vraag die de leerlingen stellen. Ze vragen: ‘wie is de grootste in het koninkrijk van de hemelen?’ Wie is de grootste in Gods nieuwe wereld, zogezegd? Een vraag waarvan ik denk: die stel je toch niet? Dat is alsof ik hier vandaag zou vragen wie de belangrijkste is in onze kerk. Is dat de predikant, de voorzitter, de koster?
Maar het wordt als een algemene vraag gesteld, als een stuk theorie om over te discussiëren met elkaar. Zo deden een rabbi en zijn leerlingen dat vaker. Een veilige manier van discussiëren omdat het niet persoonlijk wordt.
Zo’n rabbi is Jezus echter niet. Hij heeft feilloos door wat er onder de oppervlakte van die vraag leeft aan bijvoorbeeld eigenbelang of onzekerheid. Daar gaat het eigenlijk over, dus dat is de vraag die Jezus gaat beantwoorden. Die hele algemene vraag krijgt van Jezus een antwoord waarin het opeens heel persoonlijk wordt: ‘ik zeg je, als je niet omkeert en wordt als kinderen, dan zul je het koninkrijk niet binnenkomen.’
Jezus heeft doet dat wel vaker; spelen met de verwachtingen van mensen en dan dat compleet omdraaien. In plaats van het over de grootste te hebben pakt Jezus hier waarschijnlijk de kleinste van het hele stel om zich heen, zet het in het midden en zegt dan: dit kind is pas groots in Gods ogen. Durf jij dat ook te zien? Ik zie daar de humor wel van in.
Ondertussen maakt Jezus het heel persoonlijk. Vraagt hij zijn leerlingen en alle anderen die het horen: wat telt voor jou echt? In het tussenliggende stuk dat wij niet gelezen hebben, heeft Jezus het steeds over de geringen, zonder de groep precies te duiden. Het gaat om de groep mensen die de klappen krijgen in het leven. Die niet genoeg macht en aanzien hebben om zelf verandering in hun leven te brengen. Voor hen komt hij op. Zij hebben zorg, liefde en oprechte aandacht nodig. Hij vraagt zijn leerlingen niet slechts om te zorgen voor hen, maar om hen hoog te houden en misschien zelfs te erkennen dat we allemaal afhankelijke mensen. Kinderen die leven van Gods liefde en vergeving.
Vervolgens komt dat 2e gedeelte over het aanspreken van iemand die een zonde gedaan heeft. Is je opgevallen hoe zorgvuldig de procedure eigenlijk is? Het begint ermee dat je alleen iemand aanspreekt die een zonde tegen jou gedaan heeft. Houd het persoonlijk is een van de belangrijkste feedbackregels die we tegenwoordig leren. De Bijbel wist daar al van…
Vervolgens moet je eerst het één op één gesprek aangaan. Het doel is om de relatie te herstellen. Je vraagt de ander om te luisteren naar wat een actie of uitspraak met jou gedaan heeft. Pas als dat niet werkt, dan haal je er anderen bij en ten slotte de gemeente. Stap voor stap en steeds gericht op het herstellen van de relatie, die beschadigd of verbroken is door dat wat er gebeurd is.
Het is geen makkelijk stuk, maar tegelijk is het zo waardevol dat Jezus hier zijn leerlingen leert dat pijn niet onder het tapijt geschoven dient te worden. Er zijn wegen voor om het erover te hebben en de weg van vergeving en herstel in te slaan. En er is ook de eerlijke erkenning dat dit niet altijd lukt.
Daarmee komen we bij een nieuwe omdraaiing. Als iemand echt niet wil luisteren, niet openstaat voor wat er in liefde gedeeld wordt, dan moet de gemeente hem behandelen als een tollenaar en heiden. Dat klinkt heftig, maar is de uitkomst van een hele weg. En bedenk eens wat Jezus op een andere plek in het evangelie zegt over voor wie hij gekomen is: voor de mensen die de weg naar God kwijt zijn. Als hij ging eten was dat vaak met tollenaars en zondaars. Wat zei Jezus ook alweer over de geringen: ‘wie in mijn naam een van deze ontvangt, ontvangt mij.’ Dus uiteindelijk, na die hele procedure, wordt iemand tot een persoon voor wie je extra je best moet doen. Opnieuw zie ik daar de humor wel van in. Terug bij af? Of: niemand valt uit Gods hand?
Zo denk ik dat Jezus met de nodige humor probeerde zijn boodschap te brengen van Gods liefde en zijn koninkrijk van recht en vrede. Goede humor brengt mensen een beetje uit balans, bevraagd vanzelfsprekendheden en brengt mensen zo in beweging om anders te gaan kijken en anders te gaan denken. Het werkt ontregelend én ontspannend omdat het nieuwe perspectieven blootlegt.
Waar brengt ons dit op deze zondag waar wij het kerkzijn met elkaar vieren, in het zegenen van nieuwe ambtsdragers en het vieren van het avondmaal met elkaar? Als kerk zijn we vaak bezig met serieuze zaken. We hebben hart en ziel voor deze gemeenschap waar we deel van uit mogen maken en voor het goede nieuws dat wij namens God in de wereld mogen leven.
Tegelijk mag er ruimte voor plezier, lichtheid en humor zijn in wat we doen. Vaak zijn het juist die lichte momenten waarop iets onverwachts kan gebeuren en dingen in beweging worden gezet. Het zijn dé momenten waarop we de Geest van Christus voelen waaien. In het leve(n)de kerk traject hebben we dat bijvoorbeeld meerdere keren tegen elkaar gezegd. Dat we gevoeld hebben hoe de Geest dingen in beweging zette. Zie wat het ons gebracht heeft: verbinding en enthousiasme. Nieuwe activiteiten en een openheid naar nieuwe mensen in de gemeente.
Hopelijk blijven we als gemeente en als kerkenraad open staan voor die soms wat ontregelende, maar vaak humorvolle Geest. Die ons aan het denken zet over wie ertoe doet, maar ons soms ook doet lachen om onszelf. Een Geest die ons steeds weer op het spoor zet van Christus die te vinden is in de onverwachte hoeken en gaten van ons samenleven als kerk.
Want uiteindelijk is dat het kloppend hart van dit Bijbel hoofdstuk over ‘hoe ga je met elkaar om?’ maar ook van ons gemeente-zijn hier in Weesp. Dat wij leven van die belofte die Jezus hier doet: ‘Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden!’
Dat die belofte ons mag dragen en leiden, dag aan dag.
Amen

