Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

20 september 2026

Gemeente van Jezus Christus,

 

Een preek bij de vredesweek 2026, ik zal heel eerlijk bekennen dat ik het ingewikkeld vond. Want waar zal ik het dan over hebben? Zal ik het hebben over de onderdrukking van de Tibetaanse minderheid door China zoals in het afgelopen week in het nieuws was. Allemaal om toegang te krijgen tot kostbare grondstoffen als lithium. Of begin ik dichter bij huis bij de veranderende oorlogsvoering in Oekraïne? Dat nu drones de overhand krijgen, de dreiging en het geweld zich in een veel groter gebied laten voelen? Het doet mij afvragen wat de invloed daarvan is op het gevoel van mensen en de bereidheid zelf tot geweld over te gaan. Of begin ik toch bij het aanhoudende verschrikkelijke nieuws uit Gaza, de film NAZA van Yuval Abraham en Rachel Szor, en de ophef die deze film veroorzaakt? Gewone burgers beschouwen als berekende nevenschade. Helaas is het van alle tijden, maar het blijft schokkend dat dit als ‘normaal’ wordt beschouwd.

 

Zomaar een paar voorbeelden uit het nieuws van de afgelopen week. En dan het thema van deze vredesweek erbij gelegd: niets doen is geen optie. Ik raak door deze combinatie van heftig nieuws en zo’n thema, dat als een claim voelt, eerder verlamd en overweldigd, dan dat het mij handvatten geeft om aan vrede te werken.

 

Om toch een weg te vinden heb ik deze spreekwoordelijke apen van mijn schouder gehaald, ze aan de zijkant geparkeerd, en ben ik opnieuw de beide teksten van vandaag gaan lezen. Terug naar de basis. Wat hebben die teksten mij en ons als gemeente te zeggen, in plaats van al die schreeuwende en lawaaiige apen die met me meekijken en lezen?

 

Ik begon bij Jona. Een Bijbelboek waar ik de afgelopen maanden veel mee bezig ben geweest. We stappen in het verhaal op het moment dat de inwoners van Ninevé en hun koning de boodschap van Jona ter harte hebben genomen. Ze zijn anders gaan leven en hebben gebroken met het onrecht dat ze deden. Want, zo verwoordt de koning de hoop van de stad, ‘wie weet of God van gedachten veranderd en afziet van zijn woede.’

Een theologisch boeiende kwestie wordt hier aangesneden waarbij het antwoord nogal veel uitmaakt. Kan God van gedachten veranderen? Kan Hij terugkomen op een besluit dat Hij genomen heeft? Een idee dat kan botsen met onze gedachten over Gods almacht en alwetendheid.  Dit is één van de teksten in de Bijbel waarin gesteld wordt dat God zich zeker wat aantrekt van wat mensen doen. God kan terugkomen op een besluit dat Hij eerder heeft genomen.

 

Dit zet Jona zijn wereld op zijn kop. Hij wordt in zijn hemd gezet, want wat blijft er over van zijn geloofwaardigheid als profeet als zijn woorden niet uitkomen? Daarbij zijn de Ninevieten de aartsvijanden van Israël. Verdienen zijn het wel om gered te worden? Hebben zij recht op Gods genade? Jona is boos, en heeft daar alle reden voor zo vindt hij. Hij is gebruikt door God en hij vraagt zich ernstig af of God wel aan zijn kant staat. De diepe onvrede straalt van hem af.

 

Onvrede is ook terug te vinden in de gelijkenis die Jezus verteld. Net als Jona is dit een prachtig verteld verhaal dat je meesleept van begin tot eind. De verwachting wordt opgebouwd, tot het punt dat je als lezer, net als de werkers die de hele dag gewerkt hebben, verwacht dat zij meer betaald krijgen dan zij die maar amper wat gedaan hebben.

Dat zij precies hetzelfde loon krijgen wekt hun wrevel op. Hun onvrede is te voelen in de klacht die ze uiten tegen de eigenaar van de wijngaard: ‘U behandelt de werkers die als laatst gekomen zijn hetzelfde als u ons behandelt. Dat terwijl wij de hele dag in de zon hebben staan zwoegen en zij niet’. Het is niet eerlijk hoor je ze er achteraan denken. Waar hebben zij dat aan verdiend?

We snappen het punt van deze arbeiders wel. Volgens de economische wetten hebben zij het gelijk aan hun kant. Kennelijk staat er hier iets anders op het spel.

 

Hier staat Gods goedheid op het spel en daarmee zijn wereld zoals God die uiteindelijk bedoeld heeft. Jona zegt het zelf prachtig, maar het lijkt wel alsof hij niet doorheeft wat hij zegt: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en bereid het onheil af te wenden.’

Het gaat hier om het genade, liefde, geduld en trouw, om vergeving en verandering. Kortom het gaat hier om het goede leven, voor wie de weggelegd is en wat ervoor nodig is om dat goede leven te bereiken. Het gaat om het koninkrijk van de hemel, zoals Jezus het aan het begin van zijn verhaal zegt. Die ene denarie is het leven in vrede in Gods rijk, die dus voor iedereen weggelegd is, de vroege vogels en de laatkomers.

Keer op keer blijkt dat goede leven en Gods visie erop niet alleen maar instemming op te roepen, maar ook een hoop onvrede. Niet alleen bij ongelovigen, maar soms zelfs nog wel meer bij zij die God kennen en zijn wegen proberen te voglen. Het is te groot, te anders, te wereldvreemd. Het zet de bestaande verhoudingen te veel op scherp of gooit ze zelfs overhoop.

 

Het is opvallend dat in beide verhalen deze onvrede over goedheid wordt beantwoord met een vraag. Geen uitgebreide argumentatie om iemand te overtuigen van een ander standpunt, maar een uitnodiging om zelf te onderzoeken en tot een conclusie te komen.

‘Is het terecht dat je boos bent?’ is de vraag die aan Jona gesteld wordt. Jona’s eigen conclusie dat het terecht is blijft gewoon staan en wordt voor een tweede keer geduldig beantwoord met een vraag: Zou ik geen verdriet hebben om Ninevé?

De arbeiders krijgen zelfs 3 vragen in antwoord op hun klacht over de betaling. 1) Ik behandel je toch niet onrechtvaardig, want ik betaal je toch wat we afgesproken hebben? 2) Mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? 3) Ben je jaloers omdat ik goed ben? Eigenlijk staat er in het Grieks ‘Is je oog boos omdat ik goed ben?’. In de tijd van de Bijbel waren je ogen de toegang tot je ziel, de kern van wie je was en wat je deed. Een boos oog laat zien wat er ten diepste in een hart leeft.

 

De vragen nodigen uit tot zelfreflectie en dan gericht op de on-vrede die er te voelen is in het leven van mensen. Iets wat we allemaal wel eens ervaren. Is het niet over een situatie op het werk, dan wel over het nieuws uit de politiek of om wat de buren gedaan hebben. Vaak staat dan juist op het spel wat het ‘goede is om te doen’. Daar verschillen de meningen dan over. In de verhalen klinkt geen oordeel, geen pleidooi en geen argumentatie voor het ‘juiste’ standpunt, maar een open uitnodiging tot nadenken en reflectie.

De beide verhalen nodigen ons uit om eens eerlijk te kijken wat onze eigen bijdrage is aan de onvrede die we kunnen voelen en beleven. Het is een uitnodiging om onze eigen motieven eens kritisch onder de loep te nemen. Kan het zo zijn dat in sommige gevallen wij zelf degene zijn die vrede in de weg staan?

Want als ik het nieuws van de afgelopen maanden zo volg, dan maak ik me soms wel echt zorgen om de onvrede die er is. Dan vooral over het feit dat er zo weinig geluisterd wordt naar wat er onder zit. Ik denk namelijk dat onvrede nooit op zichzelf staat. Vaak wordt zij aangejaagd door angst of machteloosheid en in andere gevallen door jaloezie of afgunst, zowel bij anderen als bij onszelf.

Zo lang we niet durven en kunnen erkennen dat deze krachten ook in ons aan het werk zijn, kunnen ze onder de oppervlakte voortrazen als een veenbrand en steeds opnieuw ellende veroorzaken. Durven we in de spiegel te kijken en te onderzoeken wat er onder onze eigen on-vrede zit als wij geconfronteerd worden met Gods goedheid?

Hoe heilzaam zou het voor onszelf en voor de wereld zijn als we in het gesprek over vrede met onszelf beginnen? Met de on-vrede in ons eigen leven en die onvrede die kapot maakt, die niet bijdraagt aan het goede leven voor onszelf en andere aan te pakken.

 

Want daar is waar het hier steeds om gaat. Om de prijs die echte goedheid en de vrede die dat met zich meebrengt kost. Jona moet over zijn eigen trots heenstappen en erkennen dat Gods goedheid ook naar die mensen uitgaat van wie hij dat liever niet zou zien. De arbeiders wordt gevraagd om te erkennen dat zij niets te kort komen, maar dat anderen alles gegund wordt.

Ware vrede en een rechtvaardige wereld is hard werken en kost iedereen iets. Het kan daar beginnen waar mensen zich werkelijk in een ander inleven en zich door Gods visioen willen laten veranderen. Steeds opnieuw, in het groot, maar vooral in het klein.

 

Vandaag dus geen antwoorden of oplossingen, maar een weg om te gaan. In beide verhalen blijven de vragen staan. De apen blijven staan en blijven ons aankijken, soms confronterend, soms bemoedigend. Ze zijn de vragen die overeind blijven en steeds opnieuw aan ons gesteld worden. Omdat het tijdloze vragen zijn, die ons bepalen bij onze eigen vrede en on-vrede. En steeds opnieuw mogen wij zoeken naar antwoorden en bidden om Gods wijsheid om in grote en klein keuzes in ons eigen leven te kiezen voor vrede en recht. In de voetsporen van Jezus.

 

Ik wil deze preek eindigen met een gedicht over vrede vanuit de abdij van Egmond.

Oorlog
niemand wil het

Oorlog
we begrijpen niet waarom
en al helemaal niet
waarom met zo veel geweld

Oorlog
iedereen een verliezer

Vrede
we verlangen er allemaal naar

Vrede
in het klein is het soms al lastig
als dat wat de ander wil of doet
niet is
wat wij willen of doen

Vrede
het is hard werken
voor iedereen
overal

God zegene ons werk
altijd en overal

 

Abdij van Egmond

 

Amen