Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

16 augustus 2026

Gemeente van Jezus Christus,

 

Hebben jullie nu ook al het idee dat Jezus niet helemaal zijn dag had toen Hij deze ontmoeting had? Misschien was hij met het verkeerde been uit bed gestapt of was hij aan het piekeren over zaken. Zelf vind ik dit altijd een wonderlijk verhaal, met een Jezus die heel anders reageert dan normaal gesproken. Hij is gewoon ronduit onaangenaam en onvriendelijk. In plaats van zijn leerlingen terecht te wijzen als zij zich aan de vrouw ergeren, lijkt hij hun onvriendelijkheid te versterken.

 

Als je grip probeer te krijgen op dit verhaal en de uitleg ervan, dan is de kans groot dat je vastloopt als je begint aan de kant van Jezus. ‘Waarom doet hij zo?’ is een hele lastige vraag om te beantwoorden.

Het wordt al anders als je meeleeft met de vrouw en de emoties waar zij doorheen gaat. Hiervoor is het gegaan over het ongeloof van de leerlingen en was er een discussie over de kracht van woorden: ‘niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitgaat’ zegt Jezus. Kortom wat je zegt en hoe doet ertoe.

Dan wijkt Jezus uit en lijkt hij even afstand te willen nemen van alle drukte en druk die hem opgelegd wordt. In het buitengebied heeft er een naamloze vrouw, geen Joodse vrouw, maar een Kanaäntische vrouw de moed om hem aan te spreken. Haar dochter is ziek en zij heeft dringend hulp voor haar nodig.

 

Eerst wordt er niet eens gereageerd op haar vraag, terwijl Jezus het toch gehoord moet hebben. In het Grieks staat er dat de vrouw het uitgeschreeuwd heeft. Ze laat het er niet bij zitten, ondanks het gebrek aan reactie. Nee, ze blijft haar verzoek herhalen zo merken we uit de reactie van de leerlingen. Die vragen Jezus om zich van haar los te maken, zo beklemmend is haar hulproep. Er komt een antwoord van Jezus waarbij de vrouw buitengesloten wordt. Zijn genezende heilskracht is er niet voor haar, maar alleen voor de Joden.

In plaats van teleurgesteld af te druipen, komt ze dichterbij, valt voor hem neer en maakt haar hulpvraag nog persoonlijker: Heer, help mij! Oude Psalmwoorden uit de mond van een kwetsbare buitenstaander.

Eindelijk ontvangt de vrouw een rechtstreekse reactie, maar of dat zo positief is? Jezus reageert met een uitspraak waarin opnieuw duidelijk wordt voor wie hij denkt dat hij gekomen is: voor het volk Israël. Maar de vrouw is net zo gevat als Jezus tegenover de Farizeeën ook vaak is. Het lijkt alsof ze hem vangt op zijn eigen woorden. Ze voelt zich niet beledigd door de vergelijking over de honden, maar pakt het beeld op en geeft er haar eigen draai aan: ‘Zeker Heer, maar de honden eten toch de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’

 

Ik heb enorme bewondering voor het doorzettingsvermogen, de gevatheid en de moed van deze onbekende, naamloze vrouw. Tot drie keer toe laat zij zich niet ontmoedigen door weerstand en woorden die haar buitensluiten of kleineren. Nee, als een leeuwin komt zij op voor haar dochter en als een ware judoka beweegt ze mee en buigt ze om. Haar geloof uit zich in vertrouwen en leidt uiteindelijk tot de genezing van haar dochter.

Hoeveel kracht, moed en geloof dat van haar gevraagd moet hebben kon ik invoelen toen ik aan een eigen ervaring terugdacht. In mijn bibliodrama opleiding had ik tijdens een van de eerste bibliodrama’s een aanvaring met een docent. In het spel werd mij gezegd dat ik iets niet mocht doen, terwijl de docent niet kon zien wat ik van binnen allemaal beleefde. De stellige reactie raakte me diep, kwetste me, zonder dat dit gezien werd. Gelukkig heb ik in het nagesprek de moed gehad om deze ervaring te benoemen en konden we er met elkaar van leren. Maar ik kan nog voelen hoe spannend en eng ik het vond om mijn ervaring te delen.

 

Zo zal het voor deze vrouw niet makkelijk zijn geweest om zich steeds opnieuw kwetsbaar te maken. Om steeds voorbij de nare ervaring op te staan en opnieuw te pleiten voor haar dochter. Het is die kwetsbare moed, dat vasthoudende geloof waardoor Jezus uiteindelijk bewogen wordt. Dit verhaal gaat over de kracht van geloof. Luther heeft bij deze tekst eens gezegd: geloven is het ja onder het nee opsporen.

 

Dat doet God steeds opnieuw bij mensen, het ja onder onze afwijzing opsporen, maar kan het ook andersom gelden? Kan God van gedachten veranderen? Kan het zo zijn dat de vrouw hier in dit verhaal Jezus laat zien dat zijn missie veel omvattender is dan hij tot nu toe gedacht heeft?

Dat is een spannende vraag, want past zoiets in jouw beeld van God en Jezus? Ik weet dat zij niet samenvallen. Toch is de vraag voor hem ook van belang, omdat wij vaak zeggen dat Jezus God heeft laten zien in menselijke vorm. Kunnen zij bewogen worden en veranderen? OF staat God zo boven de zaken dat veranderen/bewegen eigenlijk vloekt met zijn status als God? Is Jezus zo alwetend dat verandering eigenlijk niet mogelijk is?

 

Dit is een vraag voor een goed gesprek in een gesprekgroep of misschien wel zo direct bij de koffie.

 

Hier wil ik vooral zeggen dat de vrouw in een lijn van bijzondere gelovigen staat met haar vertrouwensvolle geloof en grote vrijmoedigheid. Denk aan het gesprek dat Abraham met God heeft over het lot van Sodom en Gomorra. Denk aan Mozes die voor het volk opkomt als ze het gouden kalf gemaakt hebben. God is er helemaal klaar mee en wil zijn handen van het volk aftrekken, maar Mozes zegt: U kunt me toch niet alleen laten met dit volk dat U aan mijn zorg hebt toevertrouwd. De inwoners van Ninevé brengen God op andere gedachten door anders te gaan leven en berouw te hebben. Het brengt de profeet Jona tot de verbitterde, maar prachtige belijdenis: ‘ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw en bereid het onheil af te wenden.’

 

Deze verhalen laten zien dat God laat zich bewegen door gelovigen die vol moed, maar ook met respectvol geloof opkomen voor hun zaak. En in dit verhaal treedt Jezus in de voetsporen van zijn hemelse Vader. Onder de indruk van deze vrouw spreekt hij haar rechtstreeks aan en geneest haar dochter. Momenten waarop het ja onder het nee tevoorschijn komt. Het worden tot momenten waarop Gods liefde en genade veel groter en overvloediger blijkt te zijn dan in eerste instantie gedacht.

Maar bij die ervaring kom je soms pas door het ongemak in de ogen te kijken. Uiteindelijk staat Jezus stil, hoort hij de vrouw en ontdekt hij dat zij hem te vertellen heeft dat missie vele malen groter is dan alleen Israël. Het is een wereldomvattende opdracht die hij heeft om Gods liefde en zijn genade te laten zien.

 

Als Jezus het aandurft om zich te laten bewegen door het appel dat op hem gedaan wordt, door iemand die kwetsbaar maar respectvol blijf opkomen wat recht en eerlijk is, durven wij dat dan ook? Durven wij dat als mens? Als iemand de moed vindt om met ons de te delen wat een uitspraak of actie van onze kant betekend heeft? Kunnen wij dat aanhoren zonder gelijk in de verdediging te schieten? Dat is super moeilijk, maar als je het kunt komt er ruimte voor nieuwe inzichten, heling en heil.

Durven wij dat als kerk? Bij de filmavond waarop de film van Marnix Haak gedraaid werd, was ik geraakt door de verhalen van mensen die wezenlijk gekwetst waren door de kerk en hun houding tegenover LHBTI’ers. Door hoe zij buiten het instituut kerk nog steeds hun weg met God proberen te vinden dacht ik: God is op veel meer plekken te vinden dan alleen in de kerk. Maar het bracht me ook bij de erkenning dat ook de kerk fouten kan maken die mensen van God afleiden. Durven we dat onder ogen te zien en er van te leren?

 

Om dat soort ervaringen gaat het volgens mij als het evangelie goed nieuws wordt. Dat we moeilijke momenten, met kwetsbare en confronterende ontmoetingen niet uit de weg gaan. Maar dat we ons in Jezus spoor laten bewegen, door moedige en gelovig vertrouwende mensen, om door hun verhalen te ontdekken hoe groots en omvattend Gods genade is en vergeving is. Dan zijn wij in Gods naam bereikbaar voor hen die het zo nodig hebben.

 

Huub Oosterhuis heeft hierover een mooi lied geschreven waarmee ik wil afsluiten.

 

Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,
Hij geeft hoop aan rechtelozen,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen,
Hij koopt ons vrij uit het slavenhuis.

 

1.Hij zal opkomen voor de misdeelden,
Hij zal de machten die ons dwingen
breken en binden, Hij zal leven,
onvergankelijk als de zon. (refrein)

 

2.Zoals de dauw die de aarde drenkt,
zo zal Hij komen en in die dagen
zullen trouw en waarachtigheid bloeien,
zal er vrede in overvloed zijn. (geen refrein)

 

3. Dan dragen de bergen schoven van vrede
en de heuvels een oogst van gerechtigheid,
een vloed van koren, golvende velden,
een stad rijst op uit een zee van groen. (refrein)

 

4. Zijn naam is tot in eeuwigheid,
zolang de zon staat aan de hemel.
Zijn naam gaat rond over de aarde,
een woord van vrede, van mens tot mens. (refrein)

 

Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,
Hij geeft hoop aan rechtelozen,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen,
Hij koopt ons vrij uit het slavenhuis.

 

Huub Oosterhuis

 

Amen