Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

27 september 2026

Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

 

De kerk is een plek die rijk is aan tradities, gewoonten en rituelen. Zo af en toe word ik mij in mijn werk extra bewust van de kracht daarvan. Een voorbeeld is het geven van een zegen aan mensen in hun laatste levensfase. Als ik dat mag doen is dat eigenlijk altijd een ontroerend en intiem moment, waar letterlijk de kracht en liefde van God gevoeld mag worden. ‘Je bent niet alleen’ wil die hand op het hoofd zeggen. Zelfs niet in het eenzaamste dat een mens moet doen, het leven loslaten. Rituelen kunnen op zo’n moment zoveel meer zeggen dan woorden alleen.

Er zijn meer momenten dat we dat voelen. Zo gebeurt er ook van alles in het vieren van de Maaltijd van Christus met elkaar: herinneren, gemeenschap vieren, genade ontvangen, en dat alles in één ritueel. Wat te denken van een doop of zelfs een gebed dat door iemand anders voor je uitgesproken wordt. Allemaal rituelen en tradities die we in handen hebben om het geloof in God met elkaar te delen en daarin elkaar te steunen.

 

Tradities kunnen een andere kant hebben, ze kunnen nogal uitgesleten raken. Ik kom uit een kerkelijke traditie waar het de gewoonte was om elke zondag de tien geboden te lezen. Aan de ene kant is de herhaling krachtig, omdat die leefregels echt iets worden wat je van binnen en buiten kent. Aan de andere kant kan het afstompen, omdat je de woorden kan spreken zonder ze echt te horen.

 

Zo vaak lezen we de tien geboden niet meer en toch; iedere keer als Matteüs 22 of de tien geboden op het rooster staan dan voel ik aan dat het hier om iets gaat wat de kern raakt. Wat doet het er toe dat je gelooft en wat betekent dat voor je leven? De samenvatting van de wet door Jezus legt dat heel kort en krachtig uit. Geloven is soms net als een ui. Als je alle lagen afpelt en tot de kern gaat, dan zijn het de woorden van Jezus waar je op uit kan komen: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’

 

In het Grieks staat dan zelfs het werkwoord voorop. Om nog eens te benadrukken dat het daarom gaat, dat wetten en geboden iets zijn om te doen. Niet alleen maar om te weten of met de mond te beamen. Ze vragen om actie.

Liefhebben zul je de Heer je God. Liefhebben zul je je naaste als jezelf. Het wezen, de kern van geloven gaat niet om jezelf, maar om een relatie met de (A)ander. Met een kleine letter en met een hoofdletter. Het gaat om een leven in verbondenheid met God en met de naasten.

 

Jezus komt hier overigens niet met een eigen theorie of bedenksel. Deze paar verzen staan in een hoofdstuk waar Jezus verschillende keren uitgedaagd en op de proef gesteld wordt. Steeds opnieuw worden hem vragen gesteld om hem in de val te lokken. Nu wordt hem bijvoorbeeld de vraag gesteld: wat is in de Wet een groot gebod? Een gevaarlijke vraag, want als je de ene kiest laat je er anderen liggen. Zijn die dan minder belangrijk?

Jezus kiest voor een combinatie van citaten uit de eerste 5 boeken van de Bijbel, door Joden de Tora genoemd. Voor het eerste gebod om God lief te hebben put hij uit het boek Deuteronomium, het stuk dat wij gelezen hebben. Het tweede gebod tot liefde voor de naaste is een citaat uit Leviticus 19. Een hoofdstuk waarin allemaal wetten of leefregels verzameld zijn die je oproepen om respect te hebben voor de orde in de schepping.

Met zijn antwoord laat Jezus zien hoe goed hij de Tora kent. Hoe die eeuwenoude woorden ook voor hem, als Zoon van God, een bron zijn om mee te leven en te werken. Soms legt hij nieuwe accenten, maar de leefregels die ooit aan het volk gegeven zijn, zijn ook voor Jezus van levensbelang. Het zijn geboden, aanwijzingen voor het leven, om in vrijheid en vrede met elkaar te leven.

 

Het zijn van die teksten waarbij je voelt dat het christendom niet uit het niets is ontstaan. We kunnen deze tekst uit Matteüs niet begrijpen zonder ons in de Tora te verdiepen.

Hoe gecompliceerd vandaag de verhoudingen met Israël ook liggen, hoeveel mensonterende dingen de staat Israël ook doet, ver voorbij de grenzen van wat redelijk is, nog steeds lezen we het boek van het Joodse volk. Nog steeds gaan wij op weg met de leefregels die God aan hen gegeven heeft. Horen we hoe de Eeuwige een God is die een relatie aan wil gaan met de mens. We moeten afkeuren wat de staat Israël doet, de keuzes die zij maakt. Tegelijkertijd kunnen we niet anders dan ons laten inspireren door woorden die ook in de synagogen klinken.

 

Op zoek naar hoe in de Joodse theologie wordt gesproken over de tekst uit Deuteronomium 6 en Leviticus 19 kwam ik dit keer uit bij Jonathan Sacks. Deze in 2020 overleden opperrabbijn van het Verenigd Koninkrijk heeft veel boeken geschreven. Zijn laatste boek heet ‘de kracht van de Tora’ ideeën die je leven veranderen. Hij gaat in vogelvlucht de 5 boeken van de Tora door en formuleert 56 levensveranderende ideeën. Zo behandelt hij ook beide teksten die Jezus citeert.

 

Jonathan Sacks betoogt hoe liefde de kern is van alle 613 geboden in de wet. Al die verschillende voorschriften en regels zijn terug te voeren tot de Gods liefde voor ons en onze menselijke liefde voor God en voor onze naaste. Liefhebben is dus het centrale woord in al die regels voor het leven. Dat is zeker in het boek Deuteronomium het geval. Het woord liefde komt daar maar liefst 23 keer voor, terwijl het bijvoorbeeld in het boek Nummeri helemaal niet staat.

Steeds gaat het over de liefde van God, maar tegelijk zijn er die gedetailleerde wetten. Wetten die soms zelfs liefdeloos voelen. Hoe gaan die twee samen?

Daarvoor grijpt Jonathan Sacks terug op wat de schrijver Brooks zegt over toewijding. Brooks zegt: ‘mijn favoriete definitie van toewijding is verliefd worden op iets en daar een gedragsstructuur omheen bouwen voor het moment dat de liefde wankelt’. Zo, zegt Sacks, werkt het ook met de liefde in het geloof. Die kan ook wankelen na verloop van tijd. De Bijbel vertelt genoeg verhalen waarin dat gebeurt en de band tussen God en mensen los wordt of zelfs verbroken wordt. Denk aan de verhalen over de koningen van Israël. ‘Daarom, zo zegt Sacks, hebben we wetten, rituelen en gewoontes nodig. Rituelen vormen het raamwerk dat de liefde levend houdt.’ (p. 265)

Het levensveranderende idee dat hij bij Deuteronomium 6 formuleert is: als je de liefde bestendig wilt maken, bouw er dan een structuur van rituelen omheen.

 

Om het in een beeld te vatten kom ik even terug op die ui. Al die lagen van de ui zijn ervoor bedoeld om de spruit, het nieuwe plantje, te beschermen en te voeden. Zo is liefhebben de spruit van waar het in geloven om gaat. Het liefhebben van God en het liefhebben van de naaste. Maar ook dat is een kwetsbaar geheel. Daarom zijn er leefregels, rituelen en gewoonten om de liefde te dragen, te beschermen en te voeden. Dat alles zodat liefde tot bloei kan komen en vrucht kan dragen.

 

Dit idee raakte mij omdat het waarderend kijkt naar zaken die in onze tijd vaak als ouderwets, belemmerend en beperkend worden ervaren. Dan gaat het niet alleen om de leefregels die God ook ons gegeven heeft, maar ook om geloven in deze tijd en hoe wij kerk zijn. Zoals gezegd is de kerk rijk aan tradities, gewoonten en rituelen die soms een lange geschiedenis kennen. Wellicht is er meer reden om dat te waarderen dan we soms denken.

 

We zijn het er denk ik allemaal wel over eens dat de tweevoudige liefde waartoe Jezus oproept heel kernachtig samenvat waar het in geloven om gaat.

Dan is de volgende vraag: wat ondersteunt ons liefhebben van God en de naaste? Welke gedragsstructuren houden onze liefde overeind? Zijn een deel van die, soms uitgesleten, gewoonten en rituelen die wij daarvoor hebben niet een cruciaal onderdeel van? Vieren we daarom niet keer op keer de maaltijd met elkaar? Zitten we daarom niet met regelmaat hier bij elkaar om de Bijbel te openen en er met elkaar over na te denken?

Doen we die dingen niet om de kwetsbare liefde te beschermen, voeden en dragen, zodat ze in ons leven tot bloei kan komen?

 

De laatste stap is denk ik om deze vraag heel dichtbij te laten komen. Te voelen dat de tweevoudige liefde in ons leven als gelovige iets moois, maar tegelijk iets kwetsbaars is. Welk raamwerk heb ik nodig om met die liefde te kunnen blijven leven. Wat heb ik daarvoor nodig, maar ook wie heb ik daarvoor nodig? Als ik mezelf als een ui zie, wat is dan de kern en welke lagen zitten er omheen?

Dit zijn vragen om steviger in onze schoenen te komen staan als gelovige en waarderend te kunnen kijken naar de rijke tradities en rituelen die ons ter beschikking staan om onze liefde te steunen en dragen. Opdat in ons de Liefde tot bloei kan komen.

 

Amen