Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

8 juli 2018

Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Ik zag laatst een grappige poster.
Er stond op:
Als je denkt dat je echt verlicht bent,
ga dan eens een paar weken bij je ouders logeren.

Ik vond het wel een interessante tekst,
ik moest er een beetje om glimlachen.
Met verlicht bedoelt de schrijver hier
natuurlijk niet mee
een kerstverlichting om je nek,
maar een staat van zijn
die alleen hele wijze mensen
beheersen.
Zoals bijvoorbeeld de boeddha.
Ik zeg het wat eenvoudig
maar u begrijpt het wel.

De grap zit hem er natuurlijk in dat je
bij je ouders of familie
vaak helemaal niet die gebalanceerde persoon
bent.
Sterker nog, elke familie heeft zijn eigen dynamiek,
en vaak vallen we zelf terug in de
kind-rol die we van vroeger kenden.

Ik weet niet of u dat zelf nog herinnert van vroeger,
als u met uw eigen kinderen
naar uw ouders ging,
met kerst, of op de zondagvisite.
Of wanneer u nu op bezoek gaat bij uw ouders,
er zijn vaak dingen waar we onbewust inglijden,
discussies die we overdoen,
bepaalde patronen die wel in steen
gegraveerd lijken te zijn.

Dan rijd je naar huis en dan denk je:
hmmm, ik heb me toch weer laten uitlokken,
of zo iets dergelijks.

Het ís ook moeilijk om dat soort dingen te doorbreken,
want vaak in het dorp waar je van daan komt,
of de buurt waar je hebt gewoond,
of het gezin van herkomst,
hebben ook de mensen zelf een bepaald beeld van jou.
O, ben je er één van die! Zeggen ze dan.
Of je was altijd de rustige van het gezin,
of de drukke.
Dat zijn labels, kaders, die mensen onbewust
gebruiken om de wereld te duiden.

Zo zien we vandaag Jezus gaan
naar de plek waar hij is opgegroeid, naar zijn vaderstad
staat er in de tekst.
En dat levert hem ook een paar van die moeilijkheden op.
Jezus is dan al een aardige tijd onderweg en net
als in de andere steden is de synagoge de plek
waar hij probeert om mensen
nieuwe inzichten te geven.
Maar hier, in zijn eigen plek van herkomst,
beginnen de omstanders te morrelen:
Dat is toch die timmerman.
Ja, ja!
Ja, dat is toch die zoon van Maria,
en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon.
En wonen zijn zuster ook niet hier in het dorp?
Ja, ja.

En dat wat Jezus probeert over te brengen,
lukt hier niet.
Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad,
onder zijn verwanten en huisgenoten,
zegt Jezus dan en
hij vertrekt niet lang daarna uit het dorp.

Het is het kader wat de omstanders uit zijn eigen
oude dorp op hem plaatsen waardoor
ze niet Jezus kunnen zien,
maar alleen die jongen,
die opgroeide, die timmermanszoon,
die gewoon zou moeten blijven timmeren.
Wat staat die hier nou te orakelen.
En ze zijn ziende blind.

Dat beeld doet mij denken aan de andere woorden
uit het boek over de profeet Ezechiel die we hebben gelezen
in de eerste lezing.
Woorden over datzelfde volk,
dat in de teksten van Ezechiel halstarrig en eigenzinnig
worden genoemd.
Waar Ezechiel desondanks naar toe wordt gestuurd,
of ze nu willen of niet,
of ze nu willen horen of niet,
ze zullen weten dat er iemand komt,
en dan staat er, want het is een visioen waarover we lezen,
een visioen dat Ezechiel heeft voordat hij
op pad gaat,
dan staat er een stem is die zegt:
Kom en doe je mond wijd open en eet wat ik je te eten geef.
En uiteindelijk wordt
Ezechiel een boekrol voorgehouden,
en gevraagd die boekrol op te eten,
de boekrol met de woorden, met het woord van God,
en zoet was de rol staat er ,
zo zoet als honing.

En zo wordt Ezechiel een wandelend woord.

En zo ook is Jezus een wandelend woord,
alleen de mensen uit zijn eigen dorp
plaatsen de kaders en kunnen de woorden
niet horen.
Waar haalt hij dit allemaal vandaan?
Wat is dat voor wijsheid,
hij is toch maar die timmerman.
Die timmerman die hier bij ons in de straat heeft gewoond.

Ja, zo kan het soms zijn,
zo kan het zijn dat mensen kaders op anderen plaatsen,
op ons ,
en niet de potentie zien,
of niet de groei
die we hebben doorgemaakt.
Het is moeilijk om de kaders uit de hoofden
van mensen te halen.
Zelfs Jezus lukt het niet in zijn geboortedorp.
Misschien juist daar niet.
Want wat het diepst in onze systemen gegroeid is,
is het moeilijkst te veranderen.
Verbaasd trekt hij verder naar andere dorpen
en hij laat zijn geboorte dorp achter zich.

Nou heb ik het steeds over de andere mensen,
en de woorden van de bijbel over dat volk,
maar ook wij zelf kunnen natuurlijk
onbewust vaste kaders
ontwikkelen waarmee wij kijken naar de
buitenwereld.
Waarmee wij kijken naar onze kinderen bijvoorbeeld,
en hen ook zien binnen het idee wat wij van ze hebben,
en hen daarmee misschien ook de kans ontnemen
om te groeien,
totdat ze zich losmaken en
vertrekken naar andere dorpen, steden,
weg uit het geboortedorp,
om te groeien buiten de kaders die wij opleggen.
Maar ook onze partners.
Soms is het zelfs zo dat na een scheiding er ineens ruimte
komt voor beide mensen om te groeien,
dan kan het zijn dat een partner ineens wel blijkt
te kunnen luisteren,
of wel zelfstandigheid blijkt te kunnen ontwikkelen.

Zo kan het ook groter,
de manier waarop we onze gemeenschap zien hier,
en ook, of zelfs, Jezus zelf.

Het zou kunnen zijn dat u hier vandaag voor het eerst
bent en nieuwe woorden hoort,
en nog geen kaders hebt,
en nog ontvankelijk voor elk nieuwe geluid,
nog ontvankelijk voor het wonder.

Maar het zou ook kunnen zijn
dat u al wat langer hier komt,
en dat u meer moeite moet doen
om de woorden,
opnieuw te horen.
Dat vraagt moeite.
Dat vraagt extra inzet.

Laat ik daarover iets persoonlijks delen.
In de weken van de veertigdagentijd van dit jaar
zag ik Pasen langzaam naderen.
Ik had er alleen dit jaar weinig gevoel bij.
Ik kon er niet goed bij,
misschien was het de drukte van de maanden daarvoor,
misschien waren het de begrafenissen geweest
die ik had gedaan en die me hadden geraakt.
Ik wist het niet.
Voordat de goede week aanbrak
besloot ik naar de film te gaan.
Het werd een net uitgebrachte film,
over het leven van Maria Magdalena.
Het was een mooie film.
Maar niet alleen vanwege de beelden,
maar ook omdat er wat gebeurde met mij.
Ik zag de leerlingen, die elk hun motieven
hadden om met die vreemde figuur mee
te reizen, naar Jeruzalem,
het leven in.
En bovenal zag ik de overgave van Maria,
en in haar overgave ontwaakte mijn eigen verlangen,
en ik kon weer verder,
ik kon mijn kader verruimen.
En Pasen tegemoet gaan.

Je hebt soms een nieuwe kijk nodig,
om het wonder weer te kunnen zien.
Zoek daarnaar.
Praat met anderen.
Praat met iemand waarmee je normaal nooit zou praten
over dit soort dingen.
Praat met je kinderen, waarmee je normaal alleen over
familiedingen praat, of over het weer, en dat is allemaal
belangrijk, maar praat een keer over dit soort dingen:
wat is dat,
waar jezus het over had,
dat koninkrijk,
dat goede nieuws,
dat op weg zijn met elkaar,
Laat je uit oude kaders breken, telkens weer,
hoe moeilijk dat ook is.

Amen.