Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

18 juli 2010

De orde van dienst vind u hier

 

Gemeente van Jezus Christus,

Op je eigen verjaardag,
sta je soms zelf de hele tijd in de keuken.
En je rent heen en weer met kopjes, en bordjes
en taart, en zoutjes.
Nou, u kent het wel.
’s Avonds plof je dan neer,
de gasten zijn naar huis,
en wanneer je ogen bijna dichtvallen,
bedenk je opeens dat het allemaal een beetje langs
je heen is gegaan.
Dat hele feestje, van jezelf.

Marta, uit ons verhaal van vanochtend,
voelt ook dat er wat aan haar voorbij gaat.
Zíj is het, die Jezus gastvrij binnenlaat.
Kijk maar wat er staat in dat eerste vers, vers 38:
ontvangen door een vrouw die marta heette.

De deur is nog niet dicht
of deze Marta gaat hard aan het werk voor haar gasten.
Ze heeft Jezus
en zijn leerlingen die ook mee op reis zijn
een plek gewezen om te kunnen zitten,
is snel gaan kijken wat ze nog in huis heeft,
en is daarna begonnen met het maken van wat eten.

De stress begint al aardig op te lopen,
wanneer Marta vanuit haar ooghoek
ziet dat haar zus Maria
er met haar belangrijkste gast vandoor is gegaan.
Nou ja, niet letterlijk natuurlijk.
Maar Maria heeft zich in de kamer bij Jezus genesteld
en luistert aandachtig naar wat hij allemaal vertelt.

Terwijl Marta verder werkt aan het eten,
groeit haar frustratie.
Frustratie dat ze al dit werk alleen aan het doen is.
Frustratie dat haar zus gewoon in die kamer zit,
met háár gast.
Ik zie haar zo werken aan het deeg.
Ze kneed het helemaal tot moes,
met elke slag
harder en harder,
totdat ze het zat is,
de deegklomp neersmijt.
En met ferme stappen loopt ze  richting de kamer,
Daar slingert ze in één keer een kanjer van een verwijt de wereld in:
Zeg Jezus, kan het u dan helemaal niks schelen?
Ik moet al het werk doen, en mijn
zus hier, die zit maar te niksen!
Zeg daar eens wat van! Zeg dat ze mij moet helpen.

Ik vind haar wel sympathiek. Marta.
Ja, zelfs na dit enorme verwijt.
Het maakt haar menselijk.

Want iedereen heeft een ander wel eens wat
verweten, toch?
Een verwijt kan groeien, soms over jaren heen,
de frustratie neemt toe, en dan in
één keer knalt het eruit.

In een verwijt zit eigenlijk altijd een wens.
Het komt er dan rottig uit, maar eigenlijk is
een verwijt een boodschap van verlangen.
Een verwijt kun je dus ook vertalen:
Het verwijt “Het is ook nooit goed!”,
zou eigenlijk de wens kunnen zijn: “Waardeer me”
En “Je houdt niet van me!” zou kunnen zijn: “Heb mij lief”

Wat zou Marta’s wens zijn?
Wat zou haar verscholen wens zijn in haar verwijt?
Zou ze echt haar zus willen wegkapen uit dat gesprek met Jezus?
Zo van: als ik niet, dan jij ook niet.
Misschien denkt Marta dat, in al haar frustratie,
denkt ze dat dat het is wat ze wil.

Maar Jezus gaat daar niet op in.
Nee Marta, je zus Maria die mag blijven zitten.
Zij heeft het beste deel gekozen.
Het zijn jouw prioriteiten die verkeerd liggen.

Prioriteiten?
Beste deel?
Waar heeft Jezus het over?
Er moet toch gegeten worden?

Maar Jezus denkt niet op die manier.
Sterker nog,
Jezus is zo onpraktisch als ik weet niet wat.
Organiseert evenementen voor duizenden mensen
zonder van te voren iets voor het avondeten te regelen,
laat met extreem dure olie zijn voeten insmeren,
is met een hele groep op reis zonder enige
voorbereiding, zonder extra kleren,
zonder sultana of liga voor onderweg.

Het is bijna alsof Jezus voor al deze dingen zegt:
maak je daar nou maar niet druk over.
Dat komt wel goed.

Maar waar ligt de prioriteit dan?
Waar moeten we wél aan denken?

Als iemand op sterven ligt,
iemand die je goed kent,
dan wil je die allerlaatste momenten met elkaar delen.
Je laat alles liggen, om nog even bij elkaar te zijn.
Elkaars handen vast te houden.
Om die allerlaatste woorden te delen.
Vaak zijn dat wijze woorden,
woorden die je zal blijven onthouden.
Je hele verdere leven.
Woorden waaruit soms blijkt dat diegene die gaat sterven
zich meer bekommert om wie achterblijft,
dan om zijn of haar eigen lot.

Eigenlijk is het zo ook met Jezus.
Hier in dit verhaal is hij op reis,
op reis naar Jeruzalem, waar hij zal sterven.
Het is dus een weg van leven, en dood.
Zijn laatste woorden wil hij delen,
met zo veel mogelijk mensen.
Ook hij bekommert zich meer om wie achterblijven,
dan om zijn eigen lot.
Jezus’ woorden zijn woorden die er toe doen.
Het zijn woorden, zoals wel eens wat ‘gedragen’ wordt gezegd, ‘woorden ten leven’.
Levenslessen, zou je ook kunnen zeggen.
Voor ons, voor Maria én voor Marta.
Daarom mist Marta hier iets.
Door haar aandacht voor wat er allemaal gedaan moet worden,
maakt ze het zichzelf onmogelijk om
het moment met Jezus te beleven.
Doordat ze de hele tijd in de keuken staat,
mist ze het eigenlijke feest.

Feest?
Nou, is dat dan niet een beetje
een ongelukkig gekozen woord hier?
Ik bedoel, we hebben het over die reis van Jezus,
die reis die leidt naar het kruis.

Nou, ik denk het wel. Ik denk juist dat dat het goede woord is.
Feest.
Want het gaat om vieren.
Vier dat ik er ben, zegt Jezus.
En ook al lijkt Maria niets te doen,
zij is hier vanochtend nu degene die het moment écht viert.

Daarom gaat dit verhaal denk ik niet om
voor altijd te kiezen
tussen het dienende werken van Marta
of het stille luisteren van Maria.
Beide zijn deel van het leven.

Maar het gaat om toekomen
aan en weten wat op sommige momenten
het meest belangrijke is.

Soms is er maar 1 ding nodig.
En dat is: er simpelweg te zijn
en het moment te vieren.
Vier het met aandacht.
Vier het leven met die momenten van aandacht.
Ook dat is deelnemen aan het leven,
misschien wel met een intensiteit
die voor heel even
groter is dan wanneer de tijd zo vlug
gaat door alle dingen die je doet.
Het zijn juist momenten
waarin de eeuwigheid kan doordringen.

In al zijn eenvoud,
doen wij dat ook hier.
We zijn vanochtend op weg gegaan,
en hier naartoe gekomen.
Het lijkt alsof we niets doen.
Zoals Maria niets leek te doen,
daar aan de voeten van Jezus.
Maar wij vieren dit moment.
En we hebben ook voedsel.
Woorden.
Woorden ten leven.
Woorden om mee verder te gaan.

Amen.