Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

25 december 2010, Kerstochtend

Lezingen:
Micha 5: 1-4a

Lucas 2: 1-20

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het project van de kinderen de afgelopen zondagen had als titel ‘als sterren gaan blinken’. Dit roept bij mij de vraag op ‘en dan?’ Als sterren gaan blinken en dan? Is er dan vrede op aarde? Als sterren gaan blinken, hoeft er dan niemand meer te vluchten voor oorlog? Als sterren gaan blinken, zijn er dan geen Aidswezen meer? Als sterren gaan blinken dan….  Helaas, zo mooi is het nog niet helemaal, sterren blinken wel, maar onze dromen en verlangens zijn verre van vervuld.

Het is troostend, dat ook het kerstevangelie begint met de duisternis van het gewone leven. Gelukkig, zou je zeggen, in het evangelie gaat het over mensen van vlees en bloed, dus ook over ons. Het gaat ook over heersers en hun macht: Keizer Augustus in Rome. Een heerser die zich God waant. Hij hoeft maar met zijn vingers te knippen en alle mensen gehoorzamen. Het gaat uiteraard om geld: het innen van belasting. Dat is geen nieuws. De gewone mensen hebben te buigen voor deze machten. Jozef en Maria gaan, wat moeten ze anders, op weg van Nazareth naar Bethlehem, om zich daar te laten inschrijven. Een man en een zwangere vrouw. Er zouden toch uitzonderingen moeten zijn, waardoor hoogzwangeren niet op deze manier op pad hoeven. Maar nee, het bevel van de keizer is meedogenloos, en dus gaan ze.

Waarom nu juist Bethlehem? Konden zij zich niet laten inschrijven in Nazareth? Bethlehem is de geboorteplaats van de herdersjongen die koning werd: David, een man naar Gods hart. Alle verlangens, alle hoop, het licht in de duisternis, het teken van God, vrede, koning naar Gods hart

komt samen in David. Bethlehem brengt een herder voort die zich om schapen bekommerd, niet om de wol. Daarom zal Davidszoon geboren worden in Bethlehem.

Eenmaal aangekomen is ‘de tijd vervuld dat ze baren zou en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak omdat voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad’. Nu de hoofdpersoon van het evangelie geboren is, is het stil. Geen andere aanwezigen dan Maria en Jozef, geen bezoek, geen levendigheid, stilte in de duisternis van de nacht.

Noem het chaos. Het is een triest verhaal tot nu toe. Worden we vandaag ongewild deelgenoot van een mislukt leven? Twee mensen opgejaagd door machthebbers en dan ook nog onder zulke omstandigheden een kind krijgen. Je moet er niet aan denken.

Lucas vertelt ons geen evangelie van de mislukking, maar zet ons op de koninklijke weg: herstel van de menselijkheid, God en mens worden weer bijeen gebracht. Het hoeft geen duisternis en chaos te blijven! Er gaat een licht op bij de herders in het veld daar in de buurt. Herders, het zijn de lui die niet hoog staan aangeschreven, zij die buiten de maatschappij wonen, bij de beesten. Naar de synagoge gaan ze niet, als getuigen voor de rechtbank tellen ze niet. Het zijn mensen met een verleden en zonder veel toekomst.

Wie zijn onze herders? vroeg ik mij af. Wie wordt er in onze samenleving genegeerd? Wie kan niet meedoen en wordt stelselmatig buiten spel gezet? Het meisje dat HIV positief is, en dat niet mag meevoetballen op een club, zoals ik afgelopen week op de TV zag? Is het de junkie die we op het centraal station in Amsterdam zien? Is het de allochtoon die wij diep in ons hart eng vinden? Is het de onbehandelbare psychiatrische patiënt die onze orde overhoop haalt?

Deze herders in het veld in de buurt, juist zij krijgen als eerste het bericht over de geboorte te horen.  Lucas jongleert met het begrip ‘herder’, dit tuig is de eerste getuige van de geboorte van Jezus, Messias, en tegelijkertijd is ‘herder’ een vertrouwde aanduiding voor leiders, Mozes en David in het bijzonder.

Een engel staat in het licht, alles komt aan het licht. De engel spreekt de mooiste woorden van het evangelie uit. ‘Wees niet bang’ Wees niet bang! God spreekt zelf, bij monde van de engel, als de goede herder. Er is goed nieuws voor héél het volk: de herders die niet meetellen, vertegenwoordigen hier en nu het hele volk, als God van Abraham, Izaak en Jakob wil deze God god van alle mensenkinderen zijn.

De grote vrees van de herders slaat om in grote vreugde bij het horen van zoveel eretitels: bevrijder,

Heer, gezalfde, zoals koning David gezalfd is. En dan het herkenningsteken: pasgeboren kind, in doeken gewikkeld, liggend in een voederbak. Heel menselijk ja, zo wil God bij ons zijn, delend in ons menselijk bestaan. Dat is het geheim van kerst: God die mens wordt. Maar meer nog wil God in Jezus metgezel zijn van allen van wie de menselijkheid problematisch is geworden. Dat herkennen we uit het vervolg van Jezus’ leven: In geen ander mens is Gods ontferming, nabijheid en omzien zo belichaamd en in woord en daad geleefd als in Jezus. Hij trok zich het lot van armen aan, stelde kinderen als voorbeeld, liet vrouwen volwaardig meedoen, hij leefde de koninklijke weg: de herder die zijn leven in zet voor zijn schapen. Dat klinkt allemaal mee in het zo bekende kerstevangelie.

Het begint met de herders en één engel, vervolgens is er een heel engelenkoor. We krijgen een inkijk wat doorgaans onzichtbaar is: Gods grote allesomvattende licht. Er is meer tussen hemel en aarde, dat mag wel duidelijk zijn. Tegenover de wrede legers van het Rome van alle tijden staat dit lichtende engelenkoor van God, en de engelen bezingen waar het God om begonnen is: Eer aan God in den hoge en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.

Het gaat twee kanten op: de hemel in en de aarde over. Het goede leven voor iedereen – alles en allen in harmonie. Dat is de grote droom van alle tijden en de hier geboren redder zal deze droom opnieuw en met kracht de wereld inbrengen. De herders krijgen de boodschap, en daar blijft het niet bij. Zij herkennen deze woorden, en antwoorden in woord en daad. De herders gaan meteen op weg,

want wie eenmaal gegrepen is, kan niet stil zitten om deze woorden van God verder te vertellen. Dit woord van God dat mensen zoekt om te horen en gehoor te geven.

Wat is dat woord? Wat wil Lucas ons vertellen? Dat God naar ons toegekomen is! Voor minder doen we het vandaag niet. Het is het bijzondere dat deze God mens werd, en dat daarin Gods licht ons leven doorstraalt.

Is kerst dan van toen en zijn alleen de herders getuigen? Of is kerst ook van nu? Als we vandaag op dit feest alleen maar omkijken, dan gebeurt er niets. Dan blijven we hangen bij Jezus die er eens was

en over wie we nu verhalen vertellen, mooie verhalen dat is waar  – maar dat is het dan.

Het licht van toen is niet verdwenen! De hele hemel vol van licht, de engel, deze lichtende wereld van God – het is er allemaal, het is van alle tijden, en het is van alle eeuwigheid. Het licht dat toen scheen, schijnt nu ook, zelfs als we het niet zien. Het schijnt over ons allen. Zoals het toen de dingen op de kop zette, zo kan dat ook nu gebeuren.

Als sterren gaan blinken dan… dan komen wij met onze waslijst aan verlangens en dromen

– hoe voorstelbaar ook. Misschien kunnen we beter als sterren gaan blinken en zo samen onze dromen waar maken. Dan is het elke dag opnieuw kerst: nieuwgeboren mensen, geraakt door het licht van God, vol van hoop!

Moge het zo zijn!