Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

22 mei 2016

Lezingen:
Spreuken 8:22-31
Johannes 3:1-16

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het is vandaag zondag Trinitatis, de zondag van de Drie-eenheid, en met deze zondag zijn we aan het einde gekomen van een halfjaar feesten in de kerk. Vanaf volgende week gaan we over tot de gewone orde van het jaar: groen wordt de kleur, feesten is er voorlopig niet meer bij. De zondagen hebben geen mooie Latijnse namen meer. Tot aan de zondagen van de voleinding in november is het gewoon stug doortellen: de zoveelste zondag na Trinitatis.

Waar gaat het om als we zondag Trinitatis vieren? Willem Barnard heeft daarover een mooi stukje geschreven in zijn serie ‘op een stoel staan’ waarin hij in drie delen een visie geeft op de adem van het kerkelijk jaar.

Over Trinitatis zegt hij dit:
Mij komt het altijd voor dat bij Trinitatis de systeemdwang werkt. We hebben Kerst, Pasen en Pinksteren gehad en nu volgt als een uitroepteken de lofzang voor Vader en Zoon en Heilige Geest.(…) Ik aarzel altijd, zegt Barnard, om Trinitatis met nadruk te vieren. Is trouwens het speculeren over de triniteit niet dogmatisch perfectionisme en wellicht ook overbodig? Anderzijds: ook zonder een afgerond dogma was er altijd al een drievoudige lofzang die de eenvoud niet te kort deed. Er was besef van, dat wij niet over schepping én geschiedenis én mensentaal kunnen spreken zonder die Ene te loven die dat alles bij-een-houdt. Nee, ze horen bijeen, er is drievuldigheid. In die zin is er altijd Trinitatis geweest, niet als dogma maar als doxologie: lofzang die gezongen wordt. Tot zover Willem Barnard.
En daarom is het mooi dat we vandaag het Laurenskoor in ons midden hebben.

Zijn stukje bracht mij bij de foto op de orde van dienst van de balancerende stenen. Niet door mensenhanden gemaakt, maar ontstaan door erosie, vulkaanuitbarstingen en weersomstandigheden. Je kunt er alleen maar naar kijken met verwondering, en als je het allemaal gaat verklaren, ben je ’t kwijt.

We hoorden uit het boek Spreuken ook over de verwondering en de dankbaarheid. Het hoofdgerecht is het gesprek tussen Nikodemus en Jezus. De leraar die in de nacht met de andere leraar in gesprek raakt. In dit leergesprek vraagt Nikodemus naar de betekenis van de weg van Christus.

Het gesprek vindt plaats in de nacht. In de nacht: niet omdat het allemaal stiekem moest. Nee, Johannes vertelt het ons om een andere reden: Jezus was in Jeruzalem op het Paasfeest, staat er vlak voor. Deze nacht is niet de nacht van het stiekeme geheim, iets wat vooral onbekend moet blijven, maar deze nacht is de nacht van het geheimenis dat gevierd moet worden. De nacht waarin je op zoek bent naar inzicht, doorzicht en uitzicht. Nikodemus beleeft hier zijn eigen paasnacht.

Nikodemus is een Farizeeer, een geleerde. Hier treedt hij allereerst op als geloofsleerling. Nikodemus erkent Jezus als leraar, gezonden van Godswege. Hoe? Op welke gronden? Waarschijnlijk komt het door de wondertekenen die Jezus doet. Iemand die zulke daadkrachtige daden doet, zal ook wijsheid bezitten.

Door vragen te stellen aan Jezus probeert Nikodemus wijzer te worden. De vragen die Nikodemus stelt, zijn vragen van iemand die wacht op de verlichting met de heilige Geest. Ongetwijfeld weet Nikodemus veel, maar hij heeft geen toegang tot de geheimen, tot het hart van de zaak.

Wij kunnen het hem niet kwalijk nemen. De vragen van Nikodemus zouden heel goed onze vragen kunnen zijn. De vragen van Nicodemus zijn nog steeds actueel. De vraag van Nicodemus: hoe ziet de toekomst van God eruit, houdt mij in ieder geval bezig.

Die vraag behelst verschillende terreinen:
• De toekomst van God en de toekomst van de wereld, de schepping, met alle vragen rond milieuproblematiek, opwarming van de aarde, omgekapte regenwouden, luchtvervuiling die z’n weerga niet kent…
• De toekomst van God en de toekomst van de wereld waarin mensen, volken samen leven of dat juist niet meer kunnen, en waar dat zo gigantisch uit de hand loopt. Denk aan de mensen op de vlucht!
• Gods toekomst als ik geconfronteerd word met de eindigheid van het leven van mijzelf, van geliefden in mijn nabije omgeving.
• De toekomst van de kerk, zitten we op het goede spoor? Dient de kerk de zaak van God? Of raakt God zo’n beetje uit zicht?
• De toekomst als het gaat om de Nederlandse samenleving die, of we het nu leuk vinden of niet, veelkleurig ís. We hebben te maken met andere godsdiensten, met andere uitingsvormen, andere opvattingen. Welke positie neem ik daarin in, als gelovige? Waar liggen mijn grenzen? Waar komt de vrijheid van de ander en van mijzelf in het geding? Hoe gaat het economisch en politiek?

Terug naar Nicodemus. Nicodemus vraagt naar de betekenis van de tekenen die Jezus doet. Het zijn tekenen van bevrijding en vernieuwing die hoop bieden. Maar waar wijzen deze tekenen op? Naar een door een nieuwe ontwikkeling tot stand gebrachte heilsstaat? Wat moeten wij er in deze bezettingstijd mee doen? Ons voorbereiden op de revolutie? Gewelddadig of juist geweldloos? Of moeten we alleen maar wachten op God? ‘Het zal wel goed komen, God zorgt immers wel voor ons….’

Nikodemus geldt hier als aangever, om Jezus uitspraken te laten doen over heil, over doop en over wedergeboorte, over wie Jezus is, ook voor ons!

In het gesprek tussen Nikodemus en Jezus staat de tegenstelling boven – beneden centraal. ‘alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien..’ In het wederom geboren worden, klinkt iets mee van de Geest die van boven komt.

Nikodemus zit op een heel ander spoor. Hij hoort de woorden ‘koninkrijk van God’ en denkt dan aan ‘verbond’ met zowel godsdienstige als politieke aspecten. En ‘opnieuw’ geboren worden? Dat kan niet, dat is onmogelijk. Je wordt geboren, als jood, of als Griek en dat kan niet ongedaan gemaakt worden.

De antwoorden die Jezus geeft, zijn van een heel ander kaliber. Blijf je steken in de natuurlijke gegevenheden, de natuurlijke geboorte, als jood, of als Griek, of kun je dat ook te boven komen? Met de Geest die van boven komt.

Nikodemus zoekt het inzicht om leerling van Jezus te durven zijn en zich open te stellen voor Gods Geest.Het gaat om je leven uit handen te geven, niet jij bent belangrijk, maar het gaat om overgave aan deze God die wij hebben leren kennen in Jezus, die trouw is, die betrokken blijft, die borg staat voor dat koninkrijk van vrede en recht voor iedereen.

Afgelopen week stuitte ik op een tv-programma waarin Andries Knevel Henri Vasseur interviewde. Henri Vasseur is abt van de St. Willebrordusabdij in Doetinchem. De abt vertelde over zijn weg om monnik te worden, gedreven uit een kennen van God, op een intieme en mystieke manier. Woorden en beelden zijn nooit toereikend om God en om de relatie met God te duiden. Hij stelt zijn leven in dienst van God – in ontvankelijkheid – om in de stilte God te ontmoeten en God God te laten zijn.

Dat is niet eenvoudig om dat te geloven, dat is oefenen, dat is ontvankelijk zijn en ook af en toe je neus stoten omdat het helemaal anders gaat. Het is ook niet voorbehouden aan kloosterlingen.

Wat blijft is het vertrouwen dat je steeds weer opnieuw mag beginnen, dat Gods geest ons aanvuurt
ook in de feestloze tijd, om juist dan God de lof toe te zingen.

Amen