Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

9 november 2014

Lieve mensen,

Er zijn tijden in je leven dat je ouder wilt zijn dan je bent.
Die jaren spelen zich meestal af in het prille begin.
‘ik ben al bijna zes hoor’.
Dit wordt meestal ook gestimuleerd door de omgeving:
‘zooo, word jij al zo oud? Goed hoor!’.
Het klimmen van de jaren staat dan voor
de toegang tot ongekende nieuwe mogelijkheden:
‘Oh, als ik zo oud ben, dan mag ik dit of dat. Of dan ga ik zus of zo’.
Het heeft ook te maken met het verlangen naar groei of succes.
‘nu sta ik hier maar wacht maar tot ik zo oud ben!’

Soms, niet altijd (!), verliezen we door de jaren heen
dit enthousiasme voor het ouder worden.
Zo zelfs dat het klimmen van
de jaren gelijk gaat staan met een verlíes van mogelijkheden.
Ik kan niet meer dit, of dat.
Dan ontstaat soms ook de heimwee en het verlangen naar vroeger.
Je wilt weer jong zijn.

Wat dat betreft zit de mens raar in elkaar.
Is het dan ze moeilijk om tevreden te zijn met waar je bent in je leven?
Ik weet het niet.
Misschien. Verlangens, dromen, spijt, oude wonden, nieuwe ideeen,
ze tuimelen soms in ons over elkaar heen.

Wat als we nu hier vandaag voor heel even
ervoor gaan zitten om te ervaren waar we nu zijn.
En te ontspannen in het moment.
Laten we dat eens proberen.

Wat zie je.
Als je om je heen kijkt dan merk je dat je in de kerk zit.
Ik heb van de zomer interviews met jongeren gedaan
en hen gevraagd wat is de kerk?
En zij zeiden:
dan denk ik aan: Oud, een gebouw…
Nou dat zie je.
Maar ook: gemeente, een groep mensen,
een plaats waar je samenkomt,
en dat hoeft niet eens perse een groot gebouw te zijn, zei iemand.

Wat is kerk?
Is dat het gebouw, of de mensen daarin of allebei?
Wat zien we als we hier zitten, als we om ons heen kijken?
We zien elkaar zitten, sommige gezichten bekend,
andere niet.
Wanneer we dan naar elkaar kijken,
kennen we van sommige misschien wel hun verhaal,
of weten we iets van elkaars gedachten.
Maar misschien ben je hier wel voor het eerst?
En kijk je de kat uit de boom. Wie zijn deze mensen en wat is de sfeer?

Wat is jouw ideale kerk, vroeg ik de jongeren:
Dit zijn een paar antwoorden:
een plek waar iedereen zich welkom voelt.
Waar je niet raar aangekeken wordt.
Een groep mensen die hecht is.
Dat het veilig voelt.
Een plek waar iedereen samen kan komen en zijn verhaal kan doen. Jong en oud.

In de tijd van jezus was er nog geen kerk.
Niet zoals dat vorm heeft gekregen na jezus dood.
Alleen jezus was er en het joodse geloof.
En Jezus was denk ik helemaal niet perse van plan,
om een nieuwe religie te stichten.
Sterker nog, hij heeft zelf nooit iets opgeschreven.
De verhalen die we kennen zijn door anderen neergepend.
We hebben vandaag een klein stukje gelezen
uit de allerjongste bijbelvertaling en daarin komen
er mensen die hun kinderen willen laten zegenen door jezus.
De leerlingen van jezus willen dat voorkomen.
En dan zegt jezus, nee, laat die kinderen komen bij mij.
Hou ze niet tegen, want gods nieuwe wereld, gods koninkrijk is er juist voor hen.

Er zit veel in zo’n klein stukje tekst.
Het zegt in ieder geval iets over hoe jezus kinderen zag.
Niet alleen als volwaardig, maar zelfs en juist
als toevoeging in het koninkrijk van God.
Het is, ik weet niet hoe je het moet noemen, schrijnens of jammer,
dat juist de leerlingen die al zo lang met jezus optrekken,
dit niet inzien.
Ja, dat ze juist die kinderen, misschien in hun ogen lastig, schreeuwerig of rumoerig, proberen in te perken.
Ja, kinderen zijn soms druk.
Of chaotisch. Creatief. Onbesuisd. Energiek.
Vol gas gaan ze ergens in.
Ontvankelijk.
Is dat ook niet juist waar als we wat ouder
worden we met enige jaloezie naar kunnen kijken:
omdat onze teleurstellingen ons misschien behoedzamer hebben gemaakt,
onze ervaringen ons wijzer maar misschien ook stugger.

Zijn we dat, dat jong zijn, dan helemaal kwijtgeraakt?

Heel vaak wordt gezegd in de kerk:
waar blijft de jeugd?
Nou, die zitten op school of in de kroeg of bij vrienden. Of nou ja, nu in bed denk ik.
Grapje.
Maar ook hier (wijs in de kerk).
En hier (wijs op tijdschrift)

Ik heb versteld gestaan van de vele
mooie en wijze inzichten die ik tijdens de gesprekken kreeg te horen.
En ik zou ook zeggen: dat verdient een platform.
Dus laat maar komen.
De idee-en, de energie, het enthousiasme.

Maar ik zou ook zeggen, tegen u: kijk ook in uw eigen hart.
En duikel dat op wat misschien verloren lijkt:
dat onbesuisde, dat onbevooroordeelde,
het enthousiasme voor dingen die misschien nergens naar leiden.
Misschien kunnen we zo ook zelf weer een beetje kind worden.
Ik vraag me namelijk zelfs af of het ons
zou lukken om opnieuw geïnspireerd te raken als kerk
als we dat wat jezus in het verhaal verwelkomd,
het kind, in onszelf achter slot en grendel houden.
Wij zelf moeten ook weer ontvankelijk worden.

Ik weet, nu na twaalf jaar als student theologie en als dominee,
nog steeds niet precies wat kerk is.
Ik weet alleen dat het gaat om echt contact maken.
Met jezelf, nagaan wat er precies leeft in en om jou heen,
contact maken met elkaar.
Hoe moeilijk dat soms is.
Hoe mooi dat soms is.

Het is U en ik en jij,
en iets dat ons bindt
en ons overstijgt
iets dat groter is.
En dan bedoel ik niet het gebouw.

De kerk is een mogelijkheid, een middel,
een station om op adem te komen,
een plek om te groeien.
Om god te ontdekken, de ander, jong of oud, en onszelf.

Amen