Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

16 juni 2024

Gemeente van Jezus Christus,

Ik wil u voorstellen aan Stefanus, of ook wel St. Stefanus. We ontmoeten hem in Handelingen 6 voor het eerst. Hij is één van de 7 mannen die uitgekozen worden om de apostelen bij te staan bij het werk in de steeds maar groeiende beweging van Jezus volgelingen.

In de kerkelijke traditie is hij de patroonheilige van de diakenen geworden en de beschermheilige voor steenhouwers, metselaars en allerlei andere beroepen die met stenen te maken hadden.

We zien hem hier verbeeld als een jongeman. Het is een houten beeldje gemaakt door Hans Leinberger in de 16e eeuw, nu te bewonderen in New York. Toen ik het voor het eerst zag vond ik het beeld iets kwetsbaars hebben, zeker in vergelijking met de schilderijen die ik ook vond.

De jongeman kijkt een beetje dromerig voor zich uit. Maar zijn gezicht lijkt dan waarschijnlijk wel weer op de engelengezichten op schilderijen uit de 16e eeuw. Zijn mantel valt zacht om hem heen terwijl hij zit. Sowieso een positie die kwetsbaarder oogt dan staad. In zijn rechterhand heeft hij een opengeslagen boek, de Bijbel, met daarop 3 stenen. Een verwijzing naar zijn tamelijk gruwelijke dood aan het einde van hoofdstuk zeven.

Stefanus komt maar in 2 hoofdstukken van de hele Bijbel voor, maar hij weet toch een grote indruk achter te laten. Zo kwetsbaar als in dat beeld van Leinberger komt Stefanus in de Bijbeltekst helemaal niet over. Hij wordt gekenmerkt als een diep gelovig man aan wie je kan merken dat de heilige Geest in hem aan het werk is. Verderop wordt van hem gezegd dat hij door Gods genade en kracht vele wonderen in de gemeenschap kan doen. Zijn verhaal heeft heel veel overeenkomsten met het verhaal van Jezus. Net als Jezus moet Stefanus voor het Sanhedrin verschijnen en wordt door valse getuigenissen veroordeeld. Stefanus doet soms ook denken aan Mozes of andere grote profeten, die namens God spraken, maar daarom niet per sé geliefd waren.

Dat is verderop in het verhaal, maar zijn naam valt voor het eerst als Handelingen vertelt over een probleem dat in de vroege kerk ontstaat. Er komen steeds meer mensen tot geloof en het zorgen voor de armen en behoeftigen is een kernpunt voor de jonge kerk. De groep wordt echter zo groot dat het niet meer te bolwerken is voor de groep van 12 apostelen.

Er ontstaat gemor onder de groep met Griekssprekende gelovigen. Zij zijn, onaardig gezegd import, Joden afkomstig uit andere delen van het Romeinse rijk, en ze voelen zich achtergesteld. Hun weduwen zouden voorbij gezien worden in de ondersteuning, onder andere bestaande uit een dagelijkse maaltijd. Er wordt wel omgekeken, maar zij worden voorbij gezien….

Er komen barsten en scheuren in het ideaalplaatje dat van de vroege kerk wordt geschetst. Steeds is er in Handelingen dat heen en weer tussen het ideaal: zo zou het moeten zijn, en de realiteit: maar dit is wat er in werkelijkheid gebeurd. Juist in die realistische momenten blijken de problemen van nu ook toen al een rol te hebben gespeeld.

Er worden fouten gemaakt, maar ook oplossingen gezocht. De apostelen moeten voor zichzelf erkennen dat ze niet toekomen aan het werk waar ze eigenlijk voor zijn en het liefste doen, namelijk bidden de boodschap van Jezus doorvertellen. Dat is hoe zij de mensen willen dienen. Daarom besluiten ze 7 mannen aan te stellen die de taak van de dagelijkse zorg op zich nemen. Ze moeten hun verantwoordelijkheden delegeren.

Het is mede op basis van deze Bijbeltekst dat bijvoorbeeld Calvijn het ambt van diaken heeft ingesteld. Een ambt dat wij nog steeds in onze huidige kerkstructuur kennen. De mensen die zorgen voor de tafel van de Heer en voor de zorg voor allen die hulp nodig hebben.

Naast de twaalf komen er zeven, met een eigen taak, maar wel allemaal geroepen om de ander en de wereld te dienen, in Jezus’ voetsporen. Één van de groep van zeven is Stefanus. We zien hem hier op een fresco van Angelico, te vinden in de Chapella Niccolina in Vaticaanstad. Te zien is hoe links Stefanus de zegen krijgt van Petrus en rechts hoe hij armen helpt door voedsel of geld uit te delen aan de armen.

Stefanus begint zijn werk in de kerk van Jezus met het ontvangen van een zegen door alle apostelen. Er werd voor hem en de anderen gebeden en er wordt expliciet gezegd dat hem de handen opgelegd wordt. Zo laten de apostelen merken dat ze de taak die hen is toevertrouwd door willen geven aan anderen. Niet als last, maar als zegen.

Stefanus en de anderen mogen delen in de beloftes waarmee Jezus zijn leerlingen gezegend heeft. Bijvoorbeeld de belofte die in Jezus doet in Lucas 21: 15: ‘Want ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kan worden weerstaan of weersproken.’

Dat is precies wat het tweede deel van Handelingen 6 en het vervolg in hoofdstuk 7 vertelt. Stefanus wordt nog een keer beschreven als iemand die wijs is en in wie zichtbaar en hoorbaar de Heilige Geest aan het werk is. Er wordt dus verteld dat hij wonderen doet en net als Jezus en de apostelen wonderen weet te verrichten. Kortom, hij is zichtbaar, hoorbaar en merkbaar een gelovige in wie het goede nieuws over Jezus verder gaat. En dat roept weerstand op.

Er komen mensen die met hem in gesprek gaan, maar niemand kan op tegen zijn wijsheid. Zoals Jezus’ iedere keer zijn gesprekspartners te slim af was als ze hem in de val wilden lokken. Daarom nemen de tegenstanders van Stefanus hun toevlucht tot list en bedrog. Ze uiten een valse beschuldiging en gaan zo zelf in tegen de wet van Mozes. Leg geen vals getuigenis af is immers de 9e van de tien geboden.

Die raadselachtige laatste zin, is als een aanklacht zonder woorden: ‘alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op Stefanus en zagen dat zijn gezicht leek op dat van een engel.

We zien hier hoe Juan Juanes dit heeft proberen weer te geven in zijn verslag van Stefanus’ levensverhaal voor een kerk in Valencia, gewijd aan Stefanus. Links zien we Stefanus in gesprek met de vertegenwoordigers van de synagogen. Het lijkt nog een normaal leergesprek, zoals wel vaker plaatsvond in die tijd. Openlijk en op gelijke voet met elkaar praten over de interpretatie van Gods woorden.

In de afbeelding rechts staat Stefanus voor het gerecht. Hij is de enige die moet staan, maar hij heeft ondertussen een stralenkrans gekregen. Hij wijst van zich af naar boven waar we een gewonde, maar verhoogde Jezus zien. Naar Hem wijst Stefanus toe en allen om hem heen houden de handen voor de oren.

Het gezicht als van een engel, de duidelijke band met God die Stefanus heeft is als een aanklacht zonder woorden voor hen die weten dat ze fout zitten. Dat hoeft niet eens uitgesproken te worden. Maar het leidt er wel toe dat Stefanus, net als velen van zijn voorgangers, zijn boodschap moet bekopen met de dood.

Dit is het verhaal van Stefanus. De eerste diaken in de Bijbel, maar ook de eerste die zijn moed om de boodschap van Jezus te verkondigen met zijn leven moest betalen.

En wat kunnen wij nu met dit levensverhaal van Stefanus? Wij die leven in een tijd waarin heel wat heiligen van hun voetstuk zijn gevallen. Ik moest denken aan alle bekende mensen in binnen en buitenland die de laatste tijd veroordeeld zijn door de rechtbank. Of aan kandidaats ministers die voordat ze benoemd zijn al weer uitgezwaaid worden. Misstanden moeten uiteraard aan het licht gebracht worden, maar de trend is wel dat alles en iedereen kritisch bekeken wordt. Met diezelfde kritische blik lezen we ook deze Bijbelverhalen. Of we voelen de afstand omdat iemand zo opgehemeld lijkt te worden.

Wat kunnen we met dit levensverhaal van Stefanus in een tijd waarin het woord martelaar een hele andere klank heeft gekregen? Waarin het is komen te staan voor buitensporig geweld. Het roept herinneringen op aan allerlei aanslagen die door verschillende partijen in Gods naam worden gepleegd, niet alleen door aanhangers van de Islam.

Dit verhaal is door de schrijver Lucas allereerst opgetekend als erkenning van de realiteit waar veel van de gelovigen voor wie hij schreef leefden. Zij vormden een minderheid die vaak ook nog eens vervolgd werd. De keuze om christen te worden was vaak niet zonder gevolgen.

Gelukkig leven wij nog steeds in een land waar wij niet die gevolgen voelen. Maar we weten wel dat er in de wereld heel veel christenen zijn, die zich zullen herkennen in de situatie van Stefanus. Die troost en kracht uit zijn verhaal zullen putten. Uit de wetenschap dat hij wist vast te houden aan zijn geloof en tot het einde toe de boodschap van liefde en vergeving door God wist uit te dragen.

En wij kennen wel de situatie dat we soms moeten uitleggen waarom we in Jezus geloven en naar de kerk gaan. Soms wordt er ook gespannen naar ons gekeken om te zien hoe wij reageren. Wij mogen dan weten dat ook wij delen in die belofte van Jezus dat hij met ons zal zijn, alle dagen. Ook ons zal hij zegenen met wijsheid en we mogen erop vertrouwen dat hij ons de woorden zal geven om te zeggen.

Daarin staan we, net als Stefanus, niet op een eiland, maar zijn we onderdeel van een lijn die eeuwen terug gaat. Als we het soms moeilijk vinden om te geloven en om te staan voor de boodschap van liefde, vrede en vergeving door Jezus, dan mogen we ons gesteund voelen door een onophoudelijke lijn van gelovigen. Op onze schouders liggen de handen van hen die ons het geloof hebben geleerd, ouders, dominees, leraren of soms wildvreemden. En we weten dat op hun schouders weer de handen liggen van hen die hen voorgingen.

Dat mag als grote steun in de rug voelen en aanmoediging om te blijven vertrouwen op God. Niet als heiligen, maar als gelovigen die met vallen en opstaan willen leven met Gods liefde om er te zijn voor de wereld.

Hoor een heilig koor van stemmen…..

Amen