Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

17 maart 2019

Gemeente van Jezus Christus,

Dit plaatje ging viraal
de afgelopen dagen.
Op de foto is te zien een man
met een bord voor een gebouw.
Op het bord staat:
You are my friends
I will keep watch while you pray.
Jullie zijn mijn vrienden.
Ik blijf op de wacht, terwijl jullie bidden.
Deze man is Andrew Graystone.
En hij staat voor een moskee
in zijn plaats Manchester.
Na de aanslagen in Nieuw-Zeeland
was er bij vele locale moslimgemeenschappen
angst, voor kopieergedrag.

We laten dit plaatje heel even,
met het beeld in ons hoofd,
om te gaan naar het verhaal van vanochtend,
waar het bidden ook een centrale plaats in neemt.

Nou kan ik me voorstellen dat het vrij intensief moet
zijn geweest om met Jezus op te trekken.
De genezingen, de vele ontmoetingen
het zoeken en vinden van eten,
en niet te vergeten de indrukwekkende aanwezigheid
van Jezus zelf.

Niet vreemd dat de drie leerlingen, Jakobus,
Johannes en Petrus, die vandaag door
Jezus zijn meegenomen de berg op om te bidden
in slaap vallen.
Ondertussen missen ze wel precies een belangrijk moment
van verandering die Jezus ondergaat,
dat terwijl hij aan het bidden is,
zijn gelaat verlicht wordt en zijn kleding
wit.
Ze haken pas later aan, bij het wakker worden
zien ze ineens de situatie veranderd,
Jezus zélf lijkt veranderd
en ook om de twee plotseling aanwezige mannen,
die Mozes en Elia blijken te zijn,
worden omgeven door een ander licht.

Nou ja, zoals ik al zei: ze waren vast moe
en het zou een makkelijk te verwaarlozen
element in het verhaal kunnen zijn, ware het niet
dat bijna alles
dat in de bijbel opgeschreven is een réden heeft dát het
zo is opgeschreven.

Als we een sprong maken in de tijd
en kijken naar het verhaal
een later verhaal,
in een tuin
van Getsemane,
ook hier een moment waarop Jezus de leerlingen uitnodigd
om met hem te bidden.
Ook daar vallen de leerlingen in slaap.
Ook daar worden ze pas later wakker,
ook hier bijna weer door de feiten achterhaald,
sterker nog,
terwijl Jezus hen wakker maakt
komt in het Lucas evangelie al een horde mensen aan
gelopen,
met voorop de man die Judas heette,
staat er in de tekst.

Deze Judas, een van de twaalf leerlingen,
een van de vertrouwelingen,
die zo lang met Jezus heeft rondgetrokken,
hij is het die Jezus zal verraden.
In de loop van de eeuwen hebben we een beetje
een schurk van deze Judas gemaakt.
Een slecht mens,
die zijn uiteindelijk zelfverkozen einde,
zijn eigen zelfmoord door
wroeging en gewetensnood na het sterven
van Jezus, verdiend.

Toch vraag ik me altijd af of Judas nou
zo heel veel anders was dan die andere leerlingen,
dan de leerlingen van vandaag bijvoorbeeld.
Van Johannes, en Jakobus en van Petrus,
zeker van Petrus,
waarover ik vorige keer vertelde,
de meest ijverige,
enthousiaste en menselijke leerling.
Die niet aan zijn eigen normen en waarden kan voldoen,
die hier vandaag ook weer die typische rol heeft
van op de voorgrond een voorstel doen:
laten we drie tenten opzetten,
voor u een Jezus,
en voor Mozes een
en voor Elia.
Die Petrus, die het moment wil vasthouden,
daarboven op die berg,
van het staan in het licht van inzicht,
van de glans van de eeuwigheid.
En poeff zodra hij het vast wil houden, vliegt het weg,
een wolk drijft over,
werpt een schaduw over het geheel,
en er klinkt een stem,
dit is mijn Zoon.
Daarna is jezus weer alleen.
En volgt het terugkeren naar het echte leven,
van de berg af,
terug naar de modder en het zwoegen,
terug naar het ploegen en het twijfelen.
Terug naar hun eigen bestaan.
Daar zal Petrus,
na niet al te lange tijd,
ook zelf verraad plegen,
en ontkennen ooit bij Jezus te hebben gehoord,
tot meerdere malen toe.

Eigenlijk heb ik altijd gedacht dat Judas en Petrus niet eens zozeer van
elkaar verschillen.
Petrus wordt uiteindelijk door Jezus vergeven.
Een ontroerend moment waarbij Jezus hem vraagt:
heb je mij lief, tot drie keer toe.
En Judas?
Is Judas die hoogverrader?
Ja.
Maar ik weet zeker dat als hij langer was gebleven,
en met de leerlingen was gebleven,
en met hen Jezus had ontmoet,
nog een keer,
en voor hem had kunnen staan,
zoals Petrus voor hem stond,
vol berouw en schaamte,
dat ook Judas die vraag had kunnen beantwoorden,
heb je mij lief.
En dat ook Judas opnieuw omarmt zou worden,
in liefde,
in genade,
in het licht van Pasen.

Op weg naar Pasen zijn we.
40 dagen en 40 nachten.
Zo dicht bij het licht van Pasen als vandaag
zijn we nog nooit geweest.
Het is een licht waarin de dingen veranderen.
We krijgen een glimp te zien,
van een andere kant,
de kant van genade,
de kant van de glorie
de kant van de eeuwigheid.
Waarin mensen uit een ver verleden
ineens present kunnen zijn,
en het licht schijnt over en van hen uit.

Jezus neemt ons mee,
nodigt ons uit om wakker te blijven,
dan kunnen we iets zien en meemaken,
een glimp,
een glans,
een moment van inzicht.
Om daar weer verder te kunnen gaan
in ons eigen leven.

In de leerlingen die ongetwijfeld graag wakker wíllen blijven
maar dat soms niet kunnen
herkennen we facetten van onszelf.
Ook wij dutten soms in.
Te moe om Jezus bij te benen.
Te moe van het leven.
Te moe of te angstig ook om het uit te houden in
moeilijke situaties,
in nachten van bidden voor anderen,
We weten nog niet hoe dat moet,
dit licht mee te nemen,
zelfs in het donker.
Zelfs in de dalen en nachten.
We raken soms verstrikt in ons eigen
leven en zien geen hand voor ogen meer.

Maar onvergefelijk zijn we nooit.
Opgenomen worden we
zoals Petrus weer werd opgenomen
in de kring,
En ook Judas,
die verstrikt in zichzelf en zijn eigen daden
geen uitweg meer zag,
had,
zo geloof ik,
als hij lang genoeg was gebleven,
deze genade ontvangen.

Wij mogen zoeken.
Het fout doen
en goedmaken,
en mee blijven doen,
poging na poging,
totdat ook wij leren begrijpen.

Is iedereen te vergeven?
Ook de dader van de aanslagen in nieuw-zeeland?
Ik denk het wel,
in Gods licht,
maar ik leg de vraag ook bij u,
om over na te denken.

plaatje
Wat wij kunnen doen
is mee gaan in de uitnodiging van Jezus.
Om mee te blijven reizen,
om met hem te blijven bidden.
Ook al staan we met onze voeten in
de modder van deze werkelijkheid.
Een glimp van glorie is af en toe
te zien,
een glans van heiligheid.
Een manier van wakker blijven
en het licht begint steeds weer meer te schijnen.

Amen