Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

25 december 2019

Gemeente van Jezus Christus,
Het zal jullie misschien niet ontgaan zijn dat we afgelopen zaterdag op zoek waren naar het licht. We hadden toen een levend kerstverhaal in het centrum van Weesp. Op verschillende posten in het centrum stonden acteurs die een deel van het kerstverhaal, zoals we dat zojuist ook gehoord hebben, vertelden. Je kon Jozef tegen komen, de herders en Maria. Het thema was: zoektocht naar het licht.
Ik hoop dat de wandelaars iets van licht gevonden hebben, maar ik heb zeker licht, Gods Licht zien stralen die avond. Ik zag het in de deelnemers die rondliepen en zich lieten meenemen door het verhaal. Ik zag het in de vele vrijwilligers die met heel veel passie en plezier stonden te vertellen of op andere wijze meewerkte. Iedereen gebruikte zijn of haar eigen talenten om deze wandeling tot een succes te maken.
Soms zat het in hele kleine dingen, als even aandacht voor een vrijwilliger die moe was of het koud had. Of in de norse herbergier die keurig alle mensen het trappetje op en af hielp.
Het Licht was die avond te vinden in hele gewone mensen die deden wat ze konden of waar ze goed in waren en zo met elkaar iets moois neer zetten. Geïnspireerd door een oud verhaal over hoop en een nieuw begin dat de moeite waard is om steeds opnieuw te vertellen.
De boodschap die de evangelist Johannes wil meegeven is niet heel veel ingewikkelder dan dit. Gods licht schijnt midden in het gewone leven op deze aarde. God heeft er voor gekozen om mens te worden en onder ons te wonen. Zo dichtbij is God gekomen. Dat is de kerstboodschap van Johannes.
Het lastige is dat de verpakking nogal kleurrijk is. Het is een ingewikkelde tekst die we vanochtend lazen. Heel anders dan het verhaal dat Lucas vertelt over de geboorte van Jezus. Dat toch enigszins romantische plaatje met de herders en de stal zien we zo voor ons.
Johannes pakt het anders aan. Hij begint zijn verhaal met een gedicht. Hij schildert met woorden en zijn kleuren zijn licht en duisternis, leven, het Woord, ontstaan of getuigen.
Er zijn twee woorden die er in die eerste 14 verzen van het evangelie het meeste uitspringen. Het zijn beelden die heel krachtig zijn, omdat iedereen er associaties bij heeft. Het zijn hele zintuigelijke woorden, namelijk woord en licht. Rondom die twee begrippen wordt het gedicht opgebouwd.
Gelijk in het begin horen we het begrip Woord of spreken, logos in het Grieks: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God, het Woord was God.’
Woorden, we gebruiken ze dagelijks. Woorden hoor je. Via woorden maak je contact met anderen. We kunnen niet zonder woorden in ons leven. Soms hebben we de ervaring dat onze woorden hun eigen leven gaan leiden. Woorden kunnen mensen laten groeien of mensen kwetsen. Woorden zijn heel krachtig.

Mijn God, zo zegt Johannes, is een sprekende God. Hij laat van zich horen! Dat begint al in de eerste verzen van de Bijbel waarin God door te spreken het licht van de duisternis scheidt en zo een begin maakt met de schepping. Dat blijft zo. God blijft spreken en zet met zijn woorden steeds dingen in gang. Door te spreken zoekt God steeds opnieuw contact met mensen.
Maar, zo wil Johannes duidelijk maken, in het spreken van God is nu een nieuwe fase aangebroken. ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond’. Tot aan Jezus sprak God wel, maar bleef het altijd niet meer dan een stem die contact zocht. In Jezus is Gods spreken menselijk dichtbij gekomen. Sterker nog, het woord dat hier gebruikt wordt betekent vlees. Het woord is vlees geworden. Daarmee bedoelt Johannes te zeggen dat in Jezus, God kwetsbaar is geworden. Gevoelig voor het lijden dat bij het leven van mensen hoort.
Het leven van Jezus laat dat zien. Hij is geen onkwetsbare held, maar een mens die geraakt wordt door het lijden van anderen. Die merkt hoe vijandig mensen kunnen zijn en die uiteindelijk sterft aan het kruis. Zo dichtbij is God gekomen, In een mens van vlees en bloed en zijn woorden en daden. Het spreken van God klinkt midden in de kwetsbaarheid van ons eigen leven.

Weet je, het eerste woord dat God spreekt in Genesis is ‘Licht’. Het dus niet raar dat Johannes dit begrip als tweede kernwoord in zijn gedicht gebruikt. Maar liefst 7 keer komt het voor in die paar verzen.
Licht is opnieuw een ervaring van de zintuigen. Onze ogen zien het licht. Licht kan overweldigend zijn. Als ik mijn lamp aandoe na het slapen, dan doe ik snel mijn ogen weer dicht. Het doet gewoon pijn aan mijn ogen. Met een klein lichtje kan je lezen of je weg zoeken. Ieder mens weet van het licht en hoe belangrijk dat is.
Over dat licht dicht Johannes: ‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet opgenomen’. Opeens klinkt hier de tegenwoordige tijd. Omdat dit woorden zijn die nooit verleden tijd worden. Het licht schijnt in de duisternis. Het zijn woorden van hoop, want de duisternis is niet machtig genoeg om dit Licht op te slokken. Gods Licht scheen niet alleen vroeger, maar ook nu. Geeft ook nu mensen hoop, omdat het sterker is dan het donker.
Dat krachtige licht is naar de wereld gekomen en wil ieder mens verlichten. Opnieuw die beweging van God naar de mens toe. Van boven naar beneden zou ik willen zeggen, maar het is meer dan dat. Het gaat om de beweging van God die zich aan deze wereld laat kennen. Op een manier die wij snappen, in taal die wij spreken, met de beelden van Woord en Licht

Dat is het wonder van Kerst. God voelt zich niet te goed voor de modder en de klei van ons bestaan. In de geboorte van Jezus kiest hij ervoor om midden onder ons te komen wonen. Met alle mooie dingen die daarbij horen, maar ook met de moeiten en de zorgen. Hier klinken zijn Woorden, hier schijnt zijn Licht.
Zo dichtbij is God gekomen. Misschien wel zo dichtbij dat we het nauwelijks meer herkennen. Want ondanks dat Jezus nu niet meer op aarde is, is God nooit opgehouden onder ons te wonen. Zijn Woord is nog te horen en zijn Licht nog te zien.
Ik moest hierbij denken aan een artikel van Stijn Fens dat ik gisteren in de Trouw las. Hij deed verslag van zijn poging om, net als Jozef en Maria, van Nazareth naar Betlehem te reizen. In Nablus, midden in de Palestijnse gebieden, ontmoet hij Jamil Khadir, de pastoor van de Anglicaanse parochie in die stad. Een Palestijnse christen die ervoor kiest te blijven op de plek waar hij geboren is. Stijn Fens schrijft: ‘Als pastoor Khadir ons uitlaat heeft hij nog een boodschap voor ons. “ook al hebben we veel problemen, we dragen het licht van Christus met ons mee in ons hart. Dat licht moeten we doorgeven aan anderen, door het we dat we doen en het geloof dat we in praktijk brengen. Simpelweg door in ons geval goed voor die 45 kleuters te zorgen.”
Een getuigenis dat indruk op mij maakte. Gods Woord is nog steeds te horen en zijn Licht is nog steeds te zien in de woorden en daden van iedereen die in Jezus voetsporen proberen te volgen.
Geef licht is het thema van deze dienst. Het is als het open zetten van een deur in een donkere ruimte. Zoals deze foto laat zien. We zien een persoon die een grote deur opent zodat er licht binnenkomt. Ik denk dat Jezus tijdens zijn leven vele deuren heeft open gezet en zo licht in het leven van mensen heeft binnen laten stromen. Niet alleen door wonderen, maar door mensen te zien, ze aandacht te geven en voor ze te zorgen.
Volgens mij doet pastoor Khadir in Nablus hetzelfde. Niet door grootse zaken, maar door op de plek waar hij woont en werkt goed te doen en met liefde aanwezig te zijn.
Geef licht is aan ons de uitnodiging om hetzelfde te doen. Door met onze talenten voor de mensen die op ons pad komen de deur op een kier te zetten zodat Gods licht erdoor kan stromen. Dan is het Woord nog steeds te horen en het Licht nog steeds te zien in het gewone, alledaagse leven van mensen. Dan kan het iedere dag kerst zijn.
Ik wil eindigen met woorden uit een gedicht van Sytze de Vries
Als een kind tot ons gekomen,
zijt Gij ons ongedacht
nader, nabijer
dan wij ooit durven dromen.
Liefde heet uw overmacht.
Als een woord dat, eens gegeven,
nóg de morgen ontbiedt,
zegt Gij ons aan
de nacht niet meer te vrezen,
want uw ster verlaat ons niet.
Amen