Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

20 januari 2019

Gemeente van Jezus Christus,

Jezus begint, na een periode in de woestijn
om zijn leven en missie te overdenken en zich voor te bereiden,
aan zijn werk.
En als eerste doet hij Nazaret aan. De streek waar hij was opgegroeid.
Hij loopt naar de synagoge, pakt de boekrol
en rolt hem uit tot aan een tekst van jesaja:
En die luidt:

De geest van de Heer rust op mij,
want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden.
Om aan gevangen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.

Vandaag hebben jullie de tekst in vervulling horen gaan,
zegt Jezus daarna.
Niet in de toekomst, maar nu.
Met mij is het begonnen. Zegt Jezus.
Ik maak hiermee een begin.

En in alle verhalen van het evangelie
zien we dat Jezus zijn woord zal houden.
De armsten, de blinden, de onderdrukten,
zij zijn zijn publiek.
Zij hebben zijn hart.
De laatsten worden de eersten.

Daarmee worden ook de zogenaamde ‘eersten’ geraakt.
En bevraagd.
Denk maar aan het verhaal van de rijke jongeling,
die Jezus vraagt om
toegang tot het koninkrijk.
Verkoop alles wat je hebt, en geef het aan de armen.
Zegt Jezus.
Waarna de jongeling afdruipt.

Wat er niet vandaag is gelezen is dat na deze
scene in de synagoge
de aanwezigen geirriteerd raken
van jezus’ woorden.
Ze willen deze boodschap van deze Jezus,
die ze nog kenden als dat jochie dat
in hun straten rondrende,
dat het zoontje van die timmerman Jozef,
niet aannemen.

Hun irritatie slaat om in woede
En ze drijven hem de stad uit, naar de rand van de berg, om hem
in de afgrond te storten.
Het loopt goed af,
Jezus loopt tussen hen door en vertrekt.

Jezus’ stopt hier niet,
zijn missie gaat door.
Hij heeft het recht voor ogen.
Hij wil de wet in vervulling laten gaan.
Zoals de woorden uit de wetten
van het boek Deuteronomium,
die we vanochtend hebben gelezen en
waarmee Jezus bekend was:
zoek het recht en niets dan het recht.

Het boek deuteronomium,
deutero, nomos,
betekent “tweede wet”.
Want het boek bevat grotendeels een herhaling
en uitwerking van eerder gegeven
wetten uit Exodus, Leviticus en Numeri.

En inderdaad, ook in het stuk dat we vanmorgen lazen,
komen we enkele voorschriften tegen.
Bepalingen die het sociale, religieuze en politieke leven
van het joodse volk in goede banen moesten leiden.

Bijvoorbeeld:
stel rechters en griffiers aan
beinvloed de rechtsgang niet
wees niet partijdig,
neem geen steekpenningen aan.
Zoek het recht. En niets dan het recht.

Zoek het recht en niets dan het recht.
Een prachtige zin,
een prachtig advies om naar te leven.

Het materiaal, deze teksten en liederen,
voor deze viering,
die onderdeel is van de week van gebed voor de eenheid
van christenen
is dit jaar voorbereid door christenen in indonesie.

In de inleiding van het boekje
wordt gezegd dat de woorden van deuteronomium
 Zoek het recht en niets dan het recht-
krachtig spreken in de situatie van de indonesiers.
Daarbij wordt het land kort omschreven:
een conglomeratie van 17.000 eilanden,
265 miljoen mensen,
1350 etnische groepen en meer dan 740 lokale talen.
Van alle inwoners is 10% christen, afkomstig uit verschillende
tradities.
Het motto eenheid in verscheidenheid is
de indonesiers niet vreemd,
hoewel, spreekt de inleiding, deze eenheid ook onder
druk staat
door het steeds groter wordende gat tussen arm en rijk.

Te weten dat dit materiaal voorbereid is door
mensen aan de andere kant van de wereld is indrukwekkend.
En ook kwamen hierdoor afgelopen week herinneringen
naar boven,
aan een molukse leraar die ik graag mocht
aan buitenlandse studenten uit indonesie die in Kampen
voor een korte periode theologie kwamen studeren.
Aan een collega die naar indonesie ging, de liefde vond,
en daar nu predikant is.

En toch hebben de woorden uit de inleiding
ook een andere, wrangere bijsmaak.
Want is het niet zo dat het nog maar een kleine 70 jaar geleden is
dat Indonesie zich vrijmaakte uit de kolonisatie door
Nederland.
Een Indonesie dat voorheen Nederlands Indie
had geheten, vanaf de 17e eeuw.
En daarvoor nog twee eeuwen onder Portugees
koloniaal gezag had geleefd.
En zo ook, kwam ook, de beinvloeding door
het christendom tot stand.

De geschiedenis is niet meer terug te draaien.
En is ook niet zwart wit.
Er is veel goed gegaan,
er is veel fout gegaan.
Maar als ik de woorden lees over de instabiele
economische en sociale situaties
in landen die ondere hevige kolonisatie hebben
geleden dan kan ik niet anders dan denken:
hoe veel hebben wij daar debet aan?

Maar moeten wij dan boeten voor wat onze voorvaderen
hebben gedaan?
Boeten is niet het goede woord,
maar erkennen wel.
Erkennen.
De puinhopen en het leed.
Erkennen.
Erkennen dat wij ergens de ‘eersten’ waren die de ‘laatsten’ bleken
te zijn.

Zo dank ik God op mijn knieen dat de dagen
van arrogantie
waarop de slavenhandel werd goedgepraat met een hand
op de bijbel voorbij zijn.

Op de universiteit
kwam in de jaren dat ik er studeerde
de postkoloniale theologie op,
een theologie die zich bezighield die de gevolgen van
kolonialisme en imperialisme.
Het was een hartstochtelijk pleidooi om
af te stappen van die dominante westerse perspectief
op de wereld.
En ruimte op te eisen voor het perspectief, het leven, het beleven,
het geloven van de “onderdrukten”.
Een stem te geven aan wie niet gehoord werd.
Het was een manier om,
een nieuw begin te maken met het zoeken van het recht.
En niets dan het recht.

Rechtzetten wat krom was of is,
is een verantwoordelijkheid die ons allemaal aangaat.
Vandaag mogen we ons laten inspireren door de woorden van Jezus,
die zijn missie zo duidelijk maakt in
enkele woorden over de onderdrukten.
Zo mogen wij vandaag ons afvragen hoe en waar wij recht kunnen doen.
In ons eigen leven,
in het leven van de mensen met wie wij leven.

Daarom willen we u vandaag vragen om
na te denken over
wat krom is in uw eigen omgeving.
Als wij samen het recht willen zoeken,
wat kunnen wij,
in het licht van het evangelie?

Daarom kunt u in deze week van gebed voor de eenheid,
verbonden met alle mensen die dit materiaal
gebruiken,
vandaag een concreet voornemen opschrijven,
een intentie
of een belofte voor de komende tijd,
een daad
van gerechtigheid
of barmhartigheid
of eenheid.

Dat kan heel klein zijn,
(bijv…een kaartje sturen)
maar ook groter
of heel groot.
(bijv het voornemen om de nieuwe premier van nederland te worden)…
Dat maakt niet uit.

Zoek het recht en niets dan het recht.
Laat het vandaag beginnen.
Amen.