Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

27 april 2014

Lezingen:
I Johannes 1:5-10
Johannes 21: 15-24

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ik neem u mee naar de Verenigde Staten van Amerika in de jaren 50 van de vorige eeuw. Het land wordt verscheurd door rassentegenstellingen. Er is grote ongelijkheid tussen wit en zwart, rijk en arm. In deze – met name voor zwarten – uitzichtloze situatie zijn er mensen die vinden dat het anders moet, dat kost wat, en daarover gaat dit verhaal. Ik vond het bij de theoloog Stanley Hauerwas.

Clarence Jordan is de oprichter van de Koinonia Farm dichtbij het plaatsje America, in Georgia. Koinonia betekent ‘gemeenschap’.De boerderij is opgezet als een multiraciale gemeenschap, nog voordat iemand überhaupt wist waar burgerrechten over gingen. Clarence Jordan is pacifist en een voorstander van integratie, wat hem niet populair maakt in het Georgia van de jaren 50, ondanks het feit dat hij uit een vooraanstaande familie komt. De Koinonia Farm is in heel zijn opzet controversieel en zit, vanzelfsprekend, in de problemen – altijd geld tekort. Clarence benadert zijn broer Robert die jurist is, om de Farm juridisch te vertegenwoordigen. Ze krijgen namelijk lastig gas geleverd voor de verwarming in de winter, zelfs al is het tegen de wet om geen gas te leveren. Clarence denkt dat zijn broer Robert met een telefoontje veel zal kunnen doen. Robert reageert echter op Clarences verzoek met de woorden: ‘Clarence, dat kan ik niet doen. Je kent mijn politieke aspiraties. – Hij wil namelijk senator worden – . ‘Als ik jou en je farm vertegenwoordig, kan ik mijn baan verliezen, mijn huis en alles wat ik heb.’
‘Wij kunnen ook alles verliezen, Robert,’ zei Clarence.
‘Voor jou is dat anders,’ zei Robert.
‘Waarom is dat anders?´ vroeg Clarence
´Ik meen me te herinneren dat jij en ik naar dezelfde kerk gingen toen we nog jongens waren. Het lijkt me dat de dominee dezelfde vraag aan mij als aan jou gesteld heeft. Hij vroeg mij: ‘Neem je Jezus aan als je Heer en Redder?’ En ik zei ‘Ja’, en wat zei jij?’
‘Ik volg Jezus, Clarence, tot op zekere hoogte.’
‘Kan die hoogte toevallig het kruis zijn?’
‘Dat klopt. Ik volg hem tot aan het kruis, maar niet tot op het kruis. Ik laat mezelf niet kruisigen,’ aldus Robert.
‘Dan geloof ik dat je geen discipel bent. Je bent een bewonderaar van Jezus, maar geen discipel. Ik denk dat je terug moet gaan naar de kerk waar je hoort en zeggen dat je een bewonderaar bent en geen discipel.’
‘Nou, als iedereen dat zou doen die er net zo over denkt als ik, dan zouden we geen kerk overhouden, denk je wel?’
‘De vraag is,’ zei Clarence, ‘zit jij dan wel in een kerk?’

Dit verhaal moet u maar even in uw achterhoofd houden,als het gaat over de oproep ‘volg mij’.

We zijn aan het meer van Tiberias, waar een belangrijk deel van Jezus’ optreden plaats vond. Een aantal van Jezus’ leerlingen is weer gaan vissen. Vreemd eigenlijk. De vrienden hebben de meest sensationele ervaringen die een mens zich maar voorstellen zojuist achter de rug. Een dode is levend geworden en is aan hen verschenen. Dat is nota bene Jezus!

Dan zegt Petrus: ‘Ik ga vissen.’ En de anderen zeggen: ‘wij gaan mee.’ Petrus, één van de twaalf, doet wat hij vroeger deed: op dezelfde plek waar hij dat vroeger ook deed, het meer van Tiberias dé plek bij uitstek om te vissen. Maar er gaat iets mis. Ook na urenlang vissen vangt hij niets. Petrus is gefrustreerd. Hij oefent nota bene zijn oude beroep weer uit, maar hij is er niet goed in. Dat heeft een reden. Het meer is niet anders, de vis is niet weg, maar Petrus is veranderd en het kost tijd voor hij dat begrijpt. Je kunt niet je roeping loslaten, je oude leven weer oppakken en hetzelfde verwachten. De vrienden van Jezus vangen niets. Slechts na aanwijzing van Jezus, die ze aanvankelijk niet herkennen, doen ze een grote vangst. Petrus verbaast zich over deze wonderbaarlijke visvangst, kijkt op, ziet Jezus en springt het water in.

Al eerder zagen we hem uit de boot springen. Hij dacht op het water te kunnen lopen, maar zakt bij het zich realiseren van dat wonder alsnog weg. Het is een prachtige man, zo herkenbaar, zo emotioneel. Hij doet voordat hij denkt. Dat is zijn kracht en zijn zwakheid. Petrus herkennen we ook in dit verhaal. Hij is niet de wijze, bedachtzame man, die stilletjes tot inkeer komt, de dingen verwerkt en tot weloverwogen conclusies komt. Nee, hij handelt vaak voor hij denkt, hij spreekt voor hij overweegt. En ook nu gaat hij weer uit zijn dak. Zo blij is hij, dat hij Jezus herkent. Hij vliegt op hem af.
Het is een voorbeeldige wijze van geloofsbeleving: uit je dak gaan. Natuurlijk kunnen wij met onze Hollandse nuchterheid en ingetogenheid dit allemaal afdoen door te stellen, dat het nergens toe leidt en die onbedachtzaamheid hem voortdurend duur komt te staan.

Petrus, die Jezus in de preek onderbreekt: ‘dat verhoede God, Heer, dat zal u geenszins gebeuren.’ Jezus noemt hem ‘Satan.’ Petrus, die op het water wil lopen. Jezus noemt hem ‘kleingelovige.’ Petrus, die Jezus tegenspreekt: ‘ik laat u nooit alleen.’ Jezus noemt hem ‘leugenaar.’ Petrus, die het zwaard opneemt tegen Malchus. Jezus zegt: ‘handen thuis!’ Petrus: ‘ik ken die man niet’ tot driemaal toe. Jezus kijkt hem alleen maar aan.

Doen we Petrus recht met deze opsomming? We weten ook van diezelfde Petrus, dat hij radicaal met zijn familie breekt en Jezus meteen volgt. We weten van hem, dat hij te midden van alle misverstanden Jezus belijdt als de door God gezonden Messias. We weten van Petrus ook, dat hij het lef heeft om voor de Heer te gaan. Petrus gaat voor hem door het vuur! Hij is bereid zich kwetsbaar op te stellen en daarin is hij ons tot voorbeeld.

Want dat is nou zoiets, dat wij vaak niet doen. Wie kiest voor God, kiest in zekere zin tegen zichzelf. Wie kiest voor God moet bereid zijn zijn eigen belang ondergeschikt te maken aan het belang van al die andere schepselen van de Heer, die jou nodig hebben. Wie kiest voor God moet bereid zijn af te zien van eigen macht. De keuze voor God houdt een zekere radicaliteit in. Zoals ook duidelijk werd in het verhaal van de twee Amerikaanse broers. Wie kiest voor God zal leren zwijgen waar hij het uit wil schreeuwen en leren spreken waar hij zich liever gedeisd wil houden. Tijdens dit leerproces ontmoeten wij deze eenvoudige visser, die levenslessen zonder weerga krijgt.

Het verhaal krijgt een bijzonder vervolg. De leerlingen van Jezus hebben niet veel verkeerd gedaan. Ze hebben hun plichten vervuld en alles maar een beetje over zich heen laten komen. Hoe ze die wonderlijke verschijningservaringen hebben verwerkt vertelt de Bijbel niet. Maar een beetje lauw zijn ze wel. Dat kun je van Petrus niet zeggen, die is eerder voortdurend heet of koud.

Wat zien en horen we nu? Het verhaal krijgt een onverwachte wending:’ Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Wat hier nu gebeurt, is indrukwekkend. Jezus grijpt Petrus in de kraag. ‘Vrind, wij hebben nog wat met elkaar recht te zetten.’

Daar zouden we met elkaar een voorbeeld aan moeten nemen. Te vaak zie ik dat zaken niet recht gezet worden. U zult het herkennen. We zwijgen ‘ik heb maar niets gezegd’ zo hoor ik dan, maar we denken des te meer. ‘Ik heb me maar stil gehouden’ en ondertussen gaat het vuurtje ondergronds door en is het bijna niet meer onder controle te krijgen. De zaken worden niet uitgepraat en ondertussen woekert het maar door. Veel conflicten vinden hun oorsprong in kleine dingen, die niet zijn benoemd en uitgepraat en na jaren weet men vaak niet eens meer wat nu de oorzaak was van alle vervreemding en ellende. Conflicten oplossen en uitpraten vooronderstelt kwetsbaarheid aan twee zijden.

En zo zien we hoe Jezus de dingen bespreekbaar maakt. Dat is hard nodig. En hij doet het heel apart. Hij maakt de leugens, de verloochening door Petrus ongedaan door hem de kans te geven een nieuw geluid te laten horen. Deze enthousiaste Petrus, die zijn mond voorbijpraat, op het kritieke moment voor zichzelf kiest, niet staat voor de zaak van Jezus, Hem in de steek laat. Uit de mond van de in verwarring gebrachte Petrus klinkt het: ‘Heer, u weet dat ik van U houd’. Jezus noemt hem geen Petrus, nee, dat is kapot, maar Simon, zoon van Johannes. Petrus zegt: ‘ik weet het niet meer, Heer u weet het.’ Petrus is compleet gevloerd. Want hij hoort wat hij ook moet horen. ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?’ Weer klinkt hetzelfde antwoord uit Petrus’ mond. De dingen worden herhaald en gezegd. Petrus moet tot de bodem gaan. Jezus windt er geen doekjes om, hij zegt niet: zand erover. De kracht van Jezus’ optreden is juist, dat hij de dingen aan het licht brengt. Nog is het niet over. Want Jezus stelt de vraag voor de derde maal. Daar waar Petrus Jezus tot drie maal verloochende, moet alles worden opgeruimd. En dus klinkt het weer: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van mij?’ Petrus is teneinde raad, verdrietig staat er.

Het zal je maar gebeuren. Je hebt je leven aan deze Jezus gewijd, er werkelijk alles, bijna alles voor over gehad en dan vraagt hij tot driemaal toe naar de bekende weg? Petrus heeft er, zoals ook in de 1e Johannesbrief staat, wéét van dat het niet goed zit tussen hem en Jezus, dat is al een eerste stap, maar hij moet wel diep gaan voor het vervolg. Jezus bepaalt Petrus bij de les. In opbouwende zin, zegt hij: ‘weid mijn lammeren’: dat wil zeggen: denk aan de beginnelingen, let op ze. Vervolgens: ‘hoed mijn schapen’: wees leider over de volwassen gemeente En tenslotte: ‘weid mijn schapen’: zie naar de gehele gemeente (jong en volwassen) om. Let op Petrus, het zijn mijn lammeren. Er is dus niets van jou bij. Het is mijn zaak, die jij mag dienen. De ambitieuze Petrus wordt van visser herder. Hij kan nu herder zijn omdat hij weet hoe lastig het is om schaap te zijn. Simon wordt weer Petrus, de rots, die nu als geen ander van de branding van verzoeking en verraad weet. Nu is hij een echte rots in de branding.

Wie door de Heer wordt recht gezet ervaart hem als rechtvaardig. De bron van alle leven is ook vaardig in hanteren van het recht. Dus geen mooie praatjes! Integendeel. ‘Petrus: je zult het hard te verduren krijgen. Ik zal je brengen waar je niet zijn wilt.’ Is dat niet de ultieme gevolgtrekking van het serieus nemen van God in je leven. Dat is het verschil tussen bewonderaar en discipel.

Wij hebben van alles bedacht in ons leven, maar het gaat vaak totaal anders. Wie met God omgaat staat voortdurend voor verrassingen. God is niet in kaart te brengen, hoe graag we dat ook willen! Tot Petrus en tot u en mij wordt gezegd: volg mij! Dat is lef! Niet voor de troepen uitlopen en ook niet achterblijven!

Volg mij!

Amen