Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

6 februari 2022

Gemeente van Jezus Christus,
Hier zit hij dan, Jeremia, zoals de schilder Rembrandt van Rijn hem voor zich zag. Uit zijn hele lichaamshouding straalt de verslagenheid. Met zijn hoofd in zijn hand staart hij treurig voor zich uit. Jarenlang heeft hij de verwoesting van Jeruzalem voorspeld, maar nu het een feit is kan hij niets anders dan treuren. Links op de achtergrond zien we Jeruzalem nog branden en vage mensfiguren wegvluchten uit de stad. Kennelijk heeft hij wat van kostbaarheden weten te redden, want die schitteren ons tegemoet. Maar verder zien we een eenzame figuur die zo graag had gewild dat het anders was gelopen.
Aan deze profeet Jeremia zijn de 5 liederen toegeschreven, waarvan wij delen van het 3e lied hebben gelezen. Ze zijn geschreven te midden van de puinhopen van de brandende stad. In 586 voor Christus hebben de Babyloniërs de stad met de grond gelijk gemaakt, de schatten meegenomen en het grootste deel van de bevolking als krijgsgevangenen en slaven afgevoerd. Van de stad en haar tempel zijn niets over. De overgebleven mensen hebben nauwelijks de middelen om zichzelf in leven te houden.
Dat is de achtergrond van deze kunstig gecomponeerde liederen. Het zijn allen acrostichons, wat wil zeggen dat het ABC’gedichten zijn. De eerste drie regels beginnen allemaal met een Alef, de eerste letter uit het Hebreeuwse alfabet, de regels 4, 5 en 6 beginnen met een Beet en zo door tot aan de laatste, 22e letter van het alfabet. Met bruiloften wordt er nog wel eens een poging in het Nederlands gewaagd om tot een dergelijk ABC te komen. Hopelijk stoot ik niemand voor het hoofd als ik zeg dat de intentie daarvan meer te waarderen is dan het daadwerkelijke eindresultaat…..
Het kunstig samengestelde lied dat wij gelezen hebben, zouden we een smartlap kunnen noemen. De tekst gaat door merg en been. Het boek heet de klaagliederen van Jeremia, maar het is waarschijnlijker dat ze zijn geschreven door tempelzangers. Alle priesters en profeten zijn door de Babyloniërs meegenomen. In heel Jeruzalem is er niemand meer over om over God te spreken en de tempelrituelen uit te voeren. Er is niemand, behalve de tempelzangers. Zij gaan doen wat ze het beste kunnen: al hun verdriet, ellende en teleurstelling gooien ze er zingend uit. Er klinkt één grote klacht, vanuit het diepst van hun ziel. En de tegenstander is niet de Babylonische vijand, maar God zelf.
1) Ik ben de mens die te lijden heeft onder de stok van Gods toorn
13) Hij treft mijn hart met pijlen uit zijn koker
18) Steeds denk ik: verdwenen is mijn glans, vervlogen mijn hoop op God.
Hier zingt een mens die aan het worstelen is met God: waarom doet U mij dit aan? De zanger gooit zijn ziel en zaligheid eruit met woorden die lijken op de woorden van Psalm 130 die Han en Nicola net zongen: ‘Uit de diepten roep ik U, Heer mijn God, nu ik schor gebeden fluister, luister toch, Heer luister toch!’ De Psalmen waren de liederen die de tempelzangers kenden en dagelijks zongen. Ze zijn bron waaruit zij putten om hun eigen lied te schrijven. Zonder in te houden en zichzelf of God te sparen gooien ze hun hele klacht eruit.
Mijn vermoeden is dat wij daar heel wat meer aarzeling bij zouden voelen. Klagen is in een kwaad daglicht komen te staan. Een korte zoektocht op internet is dat er tegenwoordig nog maar twee kampen zijn als het op klagen aankomt.
Het ene kamp is die van de beroepsklagers die overal wat op aan te merken hebben. Op forums, in reacties op artikelen of vlogs zijn ze heel duidelijk herkenbaar. Er is altijd wel iets op aan te merken, het deugt niet en vroeger was alles beter. Ik chargeer nu natuurlijk een beetje, maar misschien klinkt het wel herkenbaar.
Het andere kamp bestaat uit mensen die hier niet tegen kunnen. Er zijn hele cursussen hoe we positiever kunnen denken en uitdagingen om een hele dag of zelfs 21 dagen niet te klagen. Klagen is zelfs een beetje taboe. Als we vragen hoe het gaat is de reactie nogal eens: ach, ik mag niet klagen. Meestal volgt dan een rijtje mensen die het veel slechter hebben dan de persoon in kwestie.
Natuurlijk zit er wat in dat het gezond is om positief te denken. Soms kan er echter een goede reden zijn om even niet je glimlach op te zetten en te doen alsof het leven geweldig is. Zoals deze quote van ‘omdenken’ zegt: ‘Altijd klagen is slecht. Nooit klagen is nog slechter’.
In een artikel getiteld ‘de kunst van het klagen’ uit De Correspondent van 3 november 2017 benoemt Lynn Berger de positieve kanten van het klagen. Het kan opluchten, het kan verbroederen en het kan het begin zijn van een oplossing of verandering. Berger wijst erop dat veel sociale vooruitgang, zoals het afschaffen van de apartheid in Zuid-Afrika, op gang kwam doordat soms maar één persoon de situatie niet langer accepteerde en begon te klagen.
De filosoof Julian Baggini omschrijft klagen als ‘een gerichte uitdrukking van een weigering of het onvermogen om te accepteren dat dingen niet zijn zoals ze zouden moeten zijn.’ Op deze manier heeft klagen het vermogen om dingen te veranderen en mensen in beweging te zetten naar de wereld zoals ze zou moeten zijn.
Met deze omschrijving zijn we bij het hart van dit lied van de tempelzangers en bij de voor ons misschien wat onverwachte omslag die er in het lied zit. Want na die klachten vol hartverscheurend beelden verandert op eens de toon:
20) Telkens als ik mijn lot overdenk, ben ik diep terneergeslagen.
21) Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast:
22) De HEER bewijst zijn liefde: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen einde.
Hier wordt niet geklaagd om het klagen zelf, alleen maar omdat het zo lekker oplucht even je gal te spuien. Hier wordt geklaagd omdat het leven botst en wringt. Er wordt geworsteld met de realiteit van het harde leven in die verwoeste stad en met God en zijn beloften.
Daar op het diepste punt, waar niets meer te hopen of verwachten valt, daar blijkt opeens nog iets overeind te blijven staan. Namelijk het besef dat dit niet het einde van het verhaal kán zijn. Dan zou die belofte van God dat hij ‘erbij is’, zoals zijn eigen naam zegt, een loze bewering zijn. Niets voorstellen.
Daarom zingt deze mens bijvoorbeeld: 36) dat men een mens een eerlijk vonnis onthoudt – zou de Heer het niet zien?
Klagen op deze manier is God uiterst serieus nemen. Als God je namelijk helemaal niets meer zou kunnen schelen zou je dit niet meer zingen. Dan zou het stil worden.
Maar deze zangers, in de puinhopen van hun stad zingen het uit, schreeuwen het uit en proberen zo God aan zijn woord te houden. In hun klagen doen ze een beroep op Gods goedheid en zijn genade. Ze zeggen tegen God: ‘Dit kan toch niet alles zijn? Zo bent U ten diepste toch niet?’
In hun klacht leeft het visioen van hoe het leven met God eigenlijk bedoeld is. Daarom schuwen ze de spiegel niet. Ze durven daarin te kijken en zien dat er aan hun relatie met God en met hun naaste het nodige ontbrak. Maar wat in beweging zet is dat verlangen dat het anders moet kunnen, dat het verhaal verder móet gaan.
Dit klagen lost de problemen niet gelijk op. Jeremia voorspelde dat het maar liefst 70 jaar zou duren voor er een verandering zou komen in het lot van Israël. In de liederen van dit kleine boekje wordt Gods stem, Zijn antwoord niet gehoord. De mens die dit zingt blijft heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop.
Dat kan ongemakkelijk aanvoelen, want het liefst lossen we onze problemen gelijk op. De realiteit in ons leven is dat dit lang niet altijd kan. Dat er van die perioden zijn waarin je te midden van de puinhopen zit en niet meer weet wat te zingen of te bidden. Wat is het dan fijn dat er Bijbelboeken zijn waarin recht gedaan wordt aan die situatie. Waarin niet alles dichtgestopt wordt met een mooi antwoord.
Wat kunnen wij dan doen als geloofsgemeenschap als iemand zo diep zit? Mee zingen, mee bidden, mee klagen dat het leven soms niet eerlijk is. Want in onze klacht doen wij God niet tekort, maar nemen wij hem juist uiterst serieus. Samen zien we dan uit naar die nieuwe morgen waarin Gods Licht de wereld zal veranderen.
Amen