Het doel van ons gemeente-zijn is dat we als gemeente(leden) groeien in de verborgen omgang met God, groeien in de onderlinge gemeenschap, samen één zijn in veelkleurigheid, verbonden met, gastvrij naar en dienstbaar aan de samenleving en de wereld.

9 december 2012

Gemeente,

De australische Bronnie Ware was jarenlang zorgzuster:
Ze verpleegde mensen tijdens de laatste periode van hun leven.
Haar ervaringen verzamelde ze in een boek.
Het werd een boek over spijt.
Een boek over de belangrijkste dingen
waar mensen op het einde van hun leven spijt van hebben.
Met de vele verhalen die ze had gehoord,
maakte Bronnie een top vijf.
Een sterfbed-spijt top 5.

En ik wil ze hier vanochtend met u delen.
Op 1.
Ik zou willen dat ik de moed had gehad
om het leven te leven dat ik zélf wilde,
en niet het leven te leiden dat ánderen van mij verwachten.
Dit was meest voorkomende spijt op het sterfbed die Bronnie tegenkwam.
Want wanneer alles wegvalt, dan maakt wat anderen ervan zouden kunnen denken, eigenlijk niets meer uit.
Op 2.
Ik zou willen dat ik minder hard had gewerkt.
Omdat Bronnie mensen verzorgde van een oudere generatie kwam deze vooral van de mannen die ze verpleegde. Kostwinnaars waren ze geweest.
Delen van de jeugd van hun kinderen hadden ze gemist.
Op 3.
Ik zou willen dat ik de moed had gehad
om mijn gevoelens te uiten.
Spijt kun je hebben als je gevoelens hebt onderdrukt om de lieve vrede te bewaren. Misschien is het zelfs zo dat anderen jou daarom nooit echt leren kennen. En jij misschien jezelf ook niet.
Op 4.
Ik zou willen dat ik het contact met mijn vrienden beter had onderhouden.
In de laatste weken is het belangrijkste wat overblijft: liefde.
Liefde en de relaties die je bent aangegaan met andere mensen.
Spijt kun je voelen over waardevolle contacten
die zijn verwaterd door gebrek aan aandacht of door drukte.
En als laatste op 5.
Ik zou willen dat ik mezelf had toegestaan gelukkiger te zijn.
Veel van Bronnies clienten hadden zich niet gerealiseerd dat geluk een keuze is.
En aan het einde van hun leven zagen ze scherper de mogelijkheden die ze hadden gehad tot geluk, maar die ze voorbij hadden laten gaan.

Ik deel deze dingen, deze top 5, vanochtend met u omdat ze op mij overkomen als heel waar
en heel waardevol.
Zoals ze ook ongetwijfeld bij Bronnie binnen zijn gekomen, anders had ze er geen boek van gemaakt.
Wijsheden die het waard zijn om te delen. Nu al.
Nu al, zodat iets van de vrijheid die ontstaat
op dat laatste moment,
namelijk te weten, te voelen wat belangrijk is, echt belangrijk,
en te zeggen wat nog te zeggen valt, wat dat dan ook is,
dat iets van die vrijheid ook nu al ervaren kan worden.
Ook nu al iets van dat besef aan ons door te geven, was misschien haar doel van het boek, en misschien ook wel van de mensen die ze interviewde,
én misschien ook wel van mij vanochtend.

Want er zíjn momenten in het leven dat
al het overbodige wegvalt
en dat wat basaal is, dat wat echt belangrijk is, overblijft.
Zo’n moment kán het sterfbed zijn,
maar ook de geboorte van nieuw leven.
De geboorte van een kind.

Ik heb zelf nog geen kinderen,
maar in veel gesprekken met jonge ouders is dát vaak wat mij treft:
Dat het leven op scherp wordt gezet.
Dat al het overbodige even er niet toe doet op het moment
dat je kind wordt geboren.
Dat je het wilt koesteren, voor altijd liefhebben, behoeden en behouden.

Maar ook als je kind groter wordt,
komt die vraag naar wat echt belangrijk is vaak om de hoek kijken.
Want welke wijsheden, welke levenswaarden, wil je doorgeven?

Vandaag zijn jullie als ouders gekomen om je kind te laten dopen.
En Rachel, jij zal ook zelf gedoopt worden vandaag.
Belangrijke beslissingen.
In de gesprekken die ik met jullie heb gehad, heb ik jullie ook gevraagd naar het waarom.
Waarom vinden jullie het belangrijk om hier vandaag te komen
voor de doop.

En allemaal hebben jullie een antwoord gegeven dat te maken heeft met dat ‘doorgeven’.
Allemaal wilden jullie iets doorgeven van de normen en waarden waarmee jullie zelf groot zijn gebracht.
Allemaal wilden jullie iets doorgeven van de verhalen die jullie zelf hebben gehoord,
terwijl je in de kerk als kind half met 1 oor luisterde,
fragmenten sijpelden binnen,
of op de kindernevendienst terwijl je spelenderwijs een kleurplaat kleurde over een verhaal kleurde,
of misschien wel thuis aan tafel, na het eten.

Vandaag hoorden we hier zelf weer twee verhalen.

Een eerste verhaal van lang lang geleden
over Noach.
Een toepasselijk verhaal voor vanochtend,
want ook dit verhaal gaat over bewaren, behouden en doorgeven.
In dit verhaal wordt gespeeld met een beeld.
Het beeld van een grote ark, een boot, waarin alles
veilig is.
Het is een symbool voor hoe God bewaart, behoudt en doorgeeft.
En een tweede verhaal over Johannes.
Een man die aankondigt dat de messias in aantocht is.
Wat die ‘messias’ wisten ze toen ook nog niet.
Daarom wordt er een citaat uit een ouder boek aangehaald,
Een boek met uitspraken van de profeet jesaja.
En het is misschien moeilijk om dat nu weer te herinneren,
Dus zou dat stukje nog kunnen worden getoond?
Zo komt een ouder stukje tekst in een nieuwer stuk tekst.
Kijk eens hoe het eindigt:
En al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.

Het is tweede advent,
we zijn zelf ook op weg naar de komst van een kind.
En daarom lezen we in de advents tijd verhalen
waarin het verleden, heden en toekomst verweven zijn.

De kerk is niet perse
de énige plek waar die verhalen kunnen worden verteld,
de kerk is niet perse de énige plek
waar dat wat echt belangrijk is wordt doorgeven.

Maar áls je een plek zoekt,
Dan kun je hier naar toe komen.
Wat ik voor iedereen wens hier,
Maar zeker voor jullie als doopouders:
Kom om de verhalen te horen.
Zoek naar die plekken waar verhalen verteld worden,
Verhalen die te maken hebben met dat wat echt belangrijk is.
Maak daar gebruik van.
Deel met elkaar.

Dat wat echt van belang is, zal blijven.
Het zal wonen in jullie hart,
En wat in het hart zit, blijft leven en
zal doorgeven worden.
Want wat overblijft in de meest basale momenten van het leven
is de liefde.

Amen